De Nederlandsche Leeuw, jaargang 46 (1928)

367- héér örh, zóó ingrijpende zaken als leensveferving én krijgsdienst regelt. In 1230 vergunt Henric heer van Voorne aan zijn verwant Floris van der Woert dat zijn leengoed ook op dochters mag versterven143) en in. 1248 krijgt heer Hugo van Naeldwijck hetzelfde voorrecht144). Dezelfde heer geeft (1237) Ter Does vrij­ dom van krijgsdienst, behalve in een verdedigings­ oorlog (nisi pro defensione ter re) 145) en zijn zoon Aelbrecht bepaalt 1264, wanneer hij de zoons van heer Dirk van de Maelstede met huns vaders goed beleent, dat zij hem op bepaalde voorwaarden moeten dienen.l46) Wat de inwoners der heerschappij van Voorne aan aangaat, zij dienden in den oorlog niet rechtstreeks onder den graaf, maar onder de heeren van Voorne 147), hetgeen wel een zeer bijzonder verschijnsel is, aangezien althans de welgeboren onderdanen onmiddellijk 's graven banier plachten te volgen148). Maar rechten van nog meer ingrijpenden aard zullen wij in handen van de heeren vinden: dienstlieden (ministeriales), tot nu toe alleen toegekend aan de graven en aan de abten van Egmond 149), blijken ook onder de onderzaten der heeren van Voorne te worden gevonden. Een bijzonder geval wordt misschien behandeld in de oorkonde uit het jaar 1275, waarbij heer Aelbrecht verklaart af te zien van het recht van keurmede150), bij het overlijden van die zijner onderzaten, welke cijnsplichtig zijn aan de abdij van St. Bavo te Gent151), doch de vrtjlatingsoorkonde van 1332 15 2), die helaas geen nadere details inhoudt, heft allen twijfel aan de algemeenheid van het ver­ schijnsel op. Vervolgens blijkt de heer van Voorne in zijn gebied dejaarlijkschebelasting (schot), dieden graaf toekwam153), te zijnen bate te heffen en dus ook op dit gebied weder­ om geheel als souverein op te treden. Hij geeft niet alleen renten uit het jaarschot, dat verschillende plaatsen moesten opbrengen154), maar hij verleent vrijdom van die belasting155) en stelt zelf, b.v. voor Brielle, het jaarlijksch op te brengen bedrag vast.156) Ook op het handelsverkeer houdt hij souverein toezicht, hij ver­ leent vreemdelingen tolvrijheid binnen zijn gebied 15 7), '«) de Fremery, Suppl. n». 65, de tekst Oork. Holl. I. n». 324 is minder zuiver. Oork. Holl. I. n°. 456, vgl. voor den heer van Heenvliet, ald. n». 588. i*5) A.w. n». 362. 146) A.w. II. n°. 111. — Hij regelt ook zelfstandig het heergewaad (een sperwer en een paar hertslederen handschoenen) >*7) Voorbeelden: 1213, Oork. Holl. I. n°. 241, 1315, v. d. Bergh, Gedenkstukken I, n°. 68. us) Gosses, Welgeborenen en Huislieden, hoofdstuk III, en ook, als conclusie, bl. 110. '*') Gosses, a.w. bl. 41, geeft wel toe dat anderen dienstlieden hebben bezeten, doch gaat op dit zoo merkwaardige feit niet nader in. l6°) D.i. het recht van den heer om bij overlijden het beste klee dingstuk of het beste stuk vee uit de nalatenschap te kiezen. I51) de Fremery, Suppl. n'. 178, v. Lokeren, Histoire de S. Bavon, II. bl. 40. i') Register Voorne A.B. fol. 32 v°. (A. R. A. Den Haag.) l5S) Hierover laatstelijk uitgebreid: Gosses a.w. hoofdst. II. — Scbot en heervaart zijn „de fundamenteele rechten der landsheerlijk­ heid', ald. bl. 17. «*) O.a. uit die van Westvoorne (1333 en 1338, Reg. Hann. bl. 215 en 253) en uit die van Oostvoorne en Zwartewaal (1332, v. Mieris II, bl. 529). »•) 1287, de Frem. n'. 248, 1300, Reg. Hann. bl. 2. i66) 1306, Reg. Hann. bl. 17, vgl. v. Mieris II, bl. 529. int te zijnen profijte de tolrechten158), verpacht veeren159), geeft verlof om bakens (vierberghen) op te stellen 160) en ontvangt de vervallen van de zeedrift, dit zoo bij uitstek landsheerlijke recht.161) Waaraan is nu de oorsprong toe te schrijven van dit uitgebreide gezag? ' Men zou geneigd kunnen zijn het af te leiden uit het burggraafschap van Zeeland, waar­ mede de heeren van Voorne bekleed waren en waarvan wij, jammer genoeg, zoo bitter weinig weten, doch hier is de oplossing der vraag niet te vinden, want het zal bij nader onderzoek blijken dat ook andere heeren een soortgelijke positie als de Voorne's bezeten hebben. Dit nader onderzoek, doel mijner opstellen, zal dan ook dienen afgewacht te worden, vooraleer wij mogelijker­ wijze een bevredigend antwoord op dit alles zullen kunnen geven. isr) 1266 voor Hamburg en alle EIbevaarders (Oork. Holl. II. n'. 141), 1280 voor Brielle (ald. n°. 412), 1321 voor Kampen (Reg. Hann. bl. 100, vgl. bl. 105). HOOFDSTUK IV. Zegels- en wapenbeschrijving. Heer Hugo van Voorne (II. 1.) Dit is de eerste heer uit het geslacht wiens zegel tot ons is gekomen. Het bestaat in drie exemplaren, allen uit het jaar 1203. a. Groot Seminarie Brugge, inventaris n°. 504. Dit is het best bewaarde exemplaar en wordt hier gerepro­ duceerd, zegelplaat n°. 1. b. Als voren n°. 525, Oork. Holl. II. n°. 242.' c. Als voren n°. 919, Bijdr. Hist. Gen. Utr. 47, bl. 175, waar ik ten onrechte in de beschrijving van het zegel den visch voor ' een hond aanzag. Dit zegel is geheel afgesleten. Rond zegel, 60 mm. middellijn. Naar her. links ge­ wend paard, waarop een ridder met helm, schild en zwaard. Op het schild een gaande leeuw, onder het paard een visch. Rs: -f- SIGIL ... NI . HVGON ... DE . VOKNE. Heer Dirc van Voorne (II. 2.) De drie exemplaren Van het ruiterzegel, welke van dezen heer over zijn, vergunnen ons niet er een juiste beschrijving van te geven, daar van allen slechts een fragment over is, slechts het tegenzegel is ongeschonden over en wordt hier op de zegelplaat als n°. 2 gevonden. a. 1220. — Brugge n» 556, Oork. Holl. I. n°. 269. Tegenzegel op onze plaat n°. 2. b. 1226. — Brugge n°. 597, Oork. Holl. I. n°. 299. c. 1226.—Brugge n°. II44, de Fremery n°. 58. Tegenzegel: rond zegel, 40 mm., vertoonend een wapenschild met gaanden leeuw. Rs: + CAS .. . LANI ZËLANDTE. Heer Henric van Voorne (III. 1.) Deze heeft twee verschillende zegelstempels gebruikt. A. Een ridderzegel met tegenzegel uit het jaar 1237 (Brugge n»». 323b en 698, Oork. Holl. I. n°. 362), zwaar beschadigd. Er is slechts een klimmende leeuw als wapenfiguur te herkennen en van het randschrift — INI HENRICI 1>E VOKNE. Het tegenzegel heeft op een wapenschild een klim menden leeuw, en tot randschrift: + CASTELLANI DE z... ,6S) Bier- en visehtol te Brielle, vischtol te Goeree (v. Mieris II. bl. 529). 'i») Reg. Hann. bl. 52, v. Mieris II, bl. 529. 1M) 1280, Oork. Holl. II. n». 408. ie') 1339 krijgt een kanunnik van Brielle bevel deze te bewaren (Reg. Hann. bl. 261).