Geschiedenis

Het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkundeis de langst bestaande genealogische en heraldische vereniging van Nederland.

Op een van de laatste dagen van het jaar 1882 kwamen in een hotel in de Wagenstraat te ’s-Gravenhage negen heren bijeen, die het voornemen hadden tot de oprichting te komen van een gezelschap, dat zich als doel zou stellen de beoefening van de geslacht-, wapen- en zegelkunde. De enige jaren tevoren, in 1880, gehouden grote heraldische tentoonstelling in de Gotische Zaal te ’s-Gravenhage die algemene belangstelling had getrokken en de aandacht had gevestigd op genealogie en heraldiek, was ongetwijfeld de aanleiding van de bijeenkomst.

Besloten werd tot het oprichten van een leesgezelschap, dat wekelijks een portefeuille met werken op genealogisch- en heraldisch gebied zou doen circuleren, terwijl voorts een bibliotheek en een archief zouden worden gevormd. De volgende vergadering had 24 januari 1883 plaats. Het leesgezelschap, welks oprichting oorspronkelijk in de bedoeling had gelegen, werd nu omgezet in een genootschap en de datum van 24 januari 1883 kan dus worden aangenomen als de oprichtingsdatum ervan. Het Genootschap kreeg aanvankelijk de naam van ‘Genealogisch-Heraldiek Genootschap De Nederlandsche Leeuw’, welke naam in 1933, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan, veranderd werd in ‘Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde’. Het orgaan bleef de herinnering bewaren aan de oorspronkelijke naam van het Genootschap: het sedert de oprichting verschijnende maandblad heet nog steeds ‘De Nederlandsche Leeuw’.

Aanvankelijk kenmerkte het tijdschrift ‘De Nederlandsche Leeuw’ zich door korte publicaties. De auteurs baseerden zich op archiefmateriaal en handschriftgenealogieën uit particulier bezit. De meeste aandacht ging uit naar nog bestaande geslachten en naar families die in de zestiende en zeventiende eeuw de Republiek als natie hielpen vestigen. Na de Eerste Wereldoorlog worden de oude familieaantekeningen meer en meer aangevuld met vondsten uit overheidsarchieven. De verdere openstelling hiervan maakte het de onderzoekers mogelijk tot meer gedegen publicaties te komen dan voorheen. Door nauwkeuriger annotaties werden die bovendien beter controleerbaar voor anderen.

Na de Tweede Wereldoorlog begon het terrein van onderzoek zich geleidelijk aan te verbreden. Er kwamen meer publicaties over families die niet tot de adel of het patriciaat behoorden. Ook nam de belangstelling toe voor gewesten die in de periferie van de oude Republiek lagen, en voor onderzoek in het nabije buitenland. Onderzoekers verdiepten zich in toenemende mate in de vroege, middeleeuwse geschiedenis van allerlei Nederlandse geslachten. Op basis van uitgebreid bronnenonderzoek, en met inzet van de heraldiek en de zegelkunde ontrafelden zij voorheen schijnbaar onoplosbare problemen.

Door weergave van biografisch relevante bronnen konden individuele personen duidelijker in maatschappelijk perspectief worden geplaatst. Het wetenschappelijk niveau van de genealogiebeoefening steeg hierdoor aanzienlijk.

Naast genealogieën nam het tijdschrift van oudsher ook artikelen op over verwante onderwerpen, zoals over de Nederlandse adelspolitiek en de overheidsheraldiek. Er verschenen bronnenpublicaties, boekrecensies en er was een levendig verkeer van vragen en antwoorden van lezers. Vooral de rubriek Vragen en Antwoorden heeft sterk bijgedragen aan het karakter van het blad als een gemeenschappelijk bouwwerk waaraan velen hun steentje konden bijdragen. De niet aflatende pogingen om te komen tot aanvullingen en verbeteringen van eerdere publicaties, en een kritische houding van de redactie en van auteurs ten opzichte van valse pretenties en historische mythes, hebben het blad gemaakt tot wat het is.

Voorzitters sinds oprichting

Lijst van voorzitters van het (Koninklijk) Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde “De Nederlandsche Leeuw”:

1883-1904 J.C. van der Muelen
1904-1906 W. Baron Snouckaert van Schauburg
1906-1909 J.D. Wagner (1ste periode)
1909-1917 Jhr. C.H.C.A. van Sypesteyn
1917-1918 Jhr. Mr. Dr. E.A. van Beresteyn
1918-1921 J.D. Wagner (2de periode)
1921-1927 Jhr. Mr. F. Beelaerts van Blokland (1ste periode)
1927-1935 Jhr. Dr. W.A. Beelaerts van Blokland
1935-1941 Dr. Th.R. Valck Lucassen
1941-1945 Jhr. Dr. H.J.L.Th. van Rheineck Leyssius
1945-1953 Jhr. Mr. F. Beelaerts van Blokland (2de periode)
1953-1959 Jhr. Dr. D.P.M. Graswinckel
1959-1967 J.K.H. de Roo van Alderwerelt
1967-1973 Ir. C.M.R. Davidson
1973-1988 Drs. L.A.C.A.M. van Rijckevorsel
1988-1990 Mr. V.J.M. Koningsberger
1990-1994 Jhr. Mr. Th. Sandberg
1994-1998 Jhr. Ing. T.J. Versélewel de Witt Hamer (1ste periode)
1998-2002 Mr. Dr. V.A.M. van der Burg
2002-2006 N.J.M. Biezen
2006-2010 Drs. H. Aeijelts Averink
2010-heden Jhr. Ing. T.J. Versélewel de Witt Hamer (2de periode)

Ereleden

Ereleden (ingevolge de statuten benoemd door de Algemene Ledenvergadering van het Genootschap):

Mr. O. Schutte (sinds 1983)
Drs. L.A.C.A.M. van Rijckevorsel (sinds 1988)
Mr. E. Idema Greidanus (sinds 1989)
Mevrouw A.E.M. Landheer-Roelants (sinds 1998)
Jhr. T.J. Versélewel de Witt Hamer (sinds 2003)
Drs. J.F. Jacobs (sinds 2009)

Historische lijst ereleden
Historische lijst beschermheren

Zilveren Leeuwpenning

De volgende personen zijn wegens hun verdiensten voor het Genootschap begiftigd met de Zilveren Leeuwpenning:

C. de Bruin (1999)
Mr. C. van Schaik (1999)
Mr. D. van Krugten (2000)
P. van Beek (2001)
A.J. Mensema (2001)
Mr. L.J.A.M. van Haare Heijmeijer (2002)
Drs. H.M. Kuypers (2002)
Mr. Dr. V.A.M. van der Burg (2002)
C.E.G. Ten Houte de Lange (2002)
Mevr. Dr. G. van Bueren (2002)
Mevr. C.F. Insinger-Scholten (2003)
A.A. Lutter (2003)
Dr. M.S.F. Kemp (2006)
N.J.M. Biezen (2006)
Mr. Dr. P. Brood (2007)
Drs. J.F. Jacobs (2008)
Mevr. Dr. A.M.W. Bulk-Bunschoten (2009)
Drs. R.J. van der Maal RA (2009)
Jhr. A.J. Gevers (2009)
Mevr. Drs. J.M.M. Wielinga (2010)
Mr. M.R.M.M. Scheidius (2011)
E.J.C. Kamerling (2011)
Drs. A.H.M. Vredenbregt (2014)