De Nederlandsche Leeuw, jaargang 2 (1884)

‚?? 38 ‚?? Onder het orgel staat op een wit marmeren steen: //Het orgel gesticht in 1t jaar 1830 onder het bestuur van de heeren: Joh8, de Jong, predikant, .C. Reytenbach, G. de Vries, A. de Kok, A. van der Kaaden, I. P. Termaten, W. van Kralingen, op den len Augustus godsdienstig ingewijd.''' Volgens de mededeeling van den koster der kerk was ' n¬į. 2 de notaris en n¬į. 6 de chirurgijn. De ' banken in het schip der kerk staan op de met namen voorziene grafzerken , die daarom niet konden nage¬≠ zien worden. Op de niet bedekte grafzerken staat: A. Christus ‚?? Mijn lot. Hier leit begraven Antonis Cornelisz van Delf, dienaar des woords-gods ende starf A¬į XVI0 II op den XXVI Oct. oud LIT jaar IX maanden en de kerken te Pijnacker bediend hebbende XIX jaar V maanden. Maritjen Starcks van den Bosch, huysvrouw van Tonis Cornelisz ende starf XVI.0 II op den XVII September. B. Een wapenschild waarop een St. Andneskruis met klavervormige uiteinden vergezeld van 4 klaver¬≠ bladen en boven het bovenste klaverblad een vogeltje. I Half aanziende helm. Helmteeken: een vogel met uitgespreide vlucht. Onder dit schild het navolgende grafschrift: Clasina Pijnacker, huysvrouw van Isaac Brant, geb. 1 Dec. 1684, st 1740. Isaac Brant, schout van Pijnacker, geb. 3 Aug. 1685, obiit 30 Maart 174-. Petronella Pijnacker, huysvrouw van Pieter Post, schout van Pijnacker, geb. 28 Juny 1706, obiit 9 Mei 1765, alsmede Pieter Post geb. 9 Dec. 1692, obiit 1 Pebr. 1776. C. Een in vierkanten verdeeld wapenschild, van 8 reien, iedere rei 7 vierkanten. Half aanziende helm. Helm¬≠ teeken: eene vlucht, en daaronder: Jan Dani√ęl van Vreeswijck, schout van Pijnacker.... Na .... Michiel Daamen van Vreeswijck. D. In een cirkel een uitgesleten wapenschild, waaronder de navolgende opschriften: Catharina Swalmius, huysvrouw van Pieter Claesz. Brants, schout van Pijnacker en Nootdorp, obiit 10 Nov. 1661, ende d√® schout starf 16 Aug. 1666. Volkera van der Meyde, huysvrouw van Jacobus Brants, schout als boven, obiit 7 Nov 1685 en Catharina Pijnacker, tweede vrouw als boven, obiit den 13 April 1718. Jacobus Brants voornoemd, obiit den 5 Aug..l727, oud 84 jaren, 9 maanden en 28 dagen sijnde 'T WOUD. Op een bord links van den predikstoel staat het wapen van Claes Dirksz. Houwaert, 1625. Het wapen is in zilver een gouden beun, hangende aan een zwart touw, aan¬≠ ziende helm met wrong, helmteeken : een vlucht van goud en zilver. In den toren ligt een grafzerk, die vroeger voor den predikstoel gelegen heeft, met het navolgende randschrift: //Hier leyt begraven Aem Hendriksz. starf 1505 op den derden April ende Margriet zijn wijf starf 1479' en verder op de zerk tusschen 4 kwartierwapens //den leste //dag in Juli, bidt voor die zielen en van Jan Symontz. //haar vader.' In de protestantsche kerk staat op een bord tegenover den predikstoel J. Dirksz. Houvaart, A¬į. 1656 benevens het navolgende wapen: gevierendeeld , 1 en 4 in zilver een in perspectief geteekende gouden beun, 2 en 3 in blauw een gouden St Andrieskruis vergezeld van vier zilveren (vogelpooten?). De bovenste en onderste kwartieren zijn gescheiden door een rooden met 3 gouden sterren beladen dwarsbalk. Boven het schild is een beestenkop met roode tanden, waaruit een halve vleeschkleurige arm komt, in de hand een kromme blauwe stok of sabel zonder gevest houdende. De vier kwartierwapens zijn : Een schuinbalk. Een hoekige balk. Twee visschen Geschuinbalkt van 6 stukken. Op een balk in de kerk staan de navolgende namen : ¬ęS. Dijkshoorn, A. v. d. Berg en S. v. d. Eik, kerkvoogden in 1848.' Buiten in den muur van den toren, op een rooden steen, staat: //M. Mr. D. J. Houvert, 1765.' Op de begraafplaats is een zerk waarop : //Arie Klaseu van Dijckshoren, sterf den 16 November 1654.' Op een steen in den gevel van het huis van den koster staat: Dit nieuwe woon en schoolhuys.. . . door de liefde¬≠ gaven , verzameld door den predikant Meinardus Ruysch, gebouwd onder opzicht van den kerkmees¬≠ ter Gabriel Jacobz van der Kooy in 't jaar 1772, zijnde de eerste steen gelegd door de schoolmeesters dochter M argaretha Troost, oud 3 jaar. Nabij de kerk woonde een boer, de Jong genaamd, die beweerde een wapen gehad te hebben, zijnde: gevierendeeld, 1 en 3 een ster, 2 een leeuw, en 4 twee gekruiste vogel¬≠ pooten. De ster was blauw op een zilveren veld. Zijne vrouw heette D. Dijckshoorn en had nog het navolgend wapen : in rood drie gouden jachthoorns geplaatst 2 en 1 en een lelie van 't zelfde in het midden van het schild. Aanziende I helm, helmteeken: een op het breede gedeelte rustende I posthoorn tusschen een zilveren vlucht. OVERSCHIE. Tegenover het orgel in de protestantsche kerk staat een groot bord waarop eenige geboden. Dit bord werd in 1668 ten geschenke gegeven aan de kerk door Ariaentje Jans, weduwe van Arien Arents de Vos. Boven dit bord staat het navolgende wapen ‚?Ę in een ovaal blauw schild de letters AA waar van de twee middelste beenen zoo veel verlengd zijn, dat zij elkaar kruissen en een St. Andrieskruis. vormen , alles van goud. Schildhouders 2 gouden vossen. Rechts van dit groote bord hangt een kleiner met een gebod, waaronder //Jan Janse van Denderon 1647'. Links van het groote bord hangen 2 wapenschilden boven elkander, voorstellende op een zilver veld een roode schuin¬≠ balk beladen met drie gouden sterren. Aanziende helm. Helmteeken : 2 buitenwaarts gekeerde blauwe met goud be¬≠ slagen posthoorns. Dekkleeden, van binnen rood, van buiten' zilver. Onder het eene wapen staat het navolgende opschrift, in.gouden letteren op zwarten grond: _ Jo. Ghijsbert Rhea-hart van Matenesse, oudt sestalf' jaar, starf den 19 Pebr. 1645. Onder het andere schild staat Jo. Hendrick van Matenesse, oudt omtrent acht jaren, starf den 11 Februari A¬į. 1645. Aan de linker muur, links van het orgel, hangt een.