De Nederlandsche Leeuw, jaargang 15 (1897)

Wermbolt Stuerman, Deric van Drynen, Gerit Ulrix, Herman van Mekeren, Arnt van Herwen, Aernt ten Walle, ob. Raden: Sele Keppelman, Evert ter Voerst, Bernt van Boerle, Henric Nyenhuys, Johan Stuerman. Secr.: als boven. 1440. Alphart Iseren, zeg., 111 112 Berndt van Bourlo, z√©g., Evert ter Voirst, overrentm., Andries Yseren, onderrentm., Andries Yseren Gerits soen, Zele Keppelman, Herman van Mekeren, Wermbolt Stuvenberch, Henric Nyenhuys, Johan Stuerman, Henric Kaelsack, Wermbolt Stuerman. Raden: Johan Kreyng, Jacob Scimmelpenninc, Gherit Ulrix, Johan Huerninc, Deric van Drijnen. Secr.: als boven. 1441. Berndt van Boerlo, zeg. en overrentm., Johan Kreynck, zeg. en onderrentm., Zelle Keppelman, Evert van der Voerst, Henrick Nyenhues, Henrick Kaelsack, Jacob Schimmelpenning, Johan Huerninck, Johan Stuerman, Aernt van Herwen, Deric van Drynen, Gerit Ulrics. Raden: Andries Yseren, Wermbolt Stuvenbergh, (1) Andries Yseren Gerritsoen, Alphart Yseren, Wermbolt Stuerman, Herman van Mekeren. Secr.: als boven. (Wordt vervolgd.) (1) Ten onrechte wordt deze in ha D rentmeester genoemd. Grafschriften enz. in de Kerk te Westbroek. Aanvulling. De Heer W. M. C. Regt, is zoo vriendelijk mij de volgende inlichting te zenden. ‚??Henricus Martini ab Harlingen (d. i. dus: vroegere woonplaats: Harlingen en daar wellicht geboren) werd in Maart 1642 als kandidaat beroepen te Nichtevecht en in hetzelfde jaar aldaar bevestigd. Is vandaar in November 1649 door de Classis van Amersfoort naar Soest beroepen, ontbrekende daar de kerkeraad. Te Soest in Augustus 1684 emeritus verklaard en overleden in November van het¬≠ zelfde jaar. Was de vader van twee zonen: a. Martinus van Harlingen, als kand*. beroepen te b. a. Benswoude, Aug. 1668 en bevest. einde '68, te Rijswijk bij den Haag ber Aug 1670, te Amers¬≠ foort in 1672. In de Gasthuiskerk te Delft Septemb. 1674 , te Hoorn in Maart 1677. Herdenking 50-jarige dienst 1719 met 2 Petri I: 14. Te Hoorn over¬≠ leden 23 Februari 1721, oud omstreeks 78 jaar. Ernestus van Harlingen. In het voorjaar van 1674 beroepen te Westbroek en Achttienhoven. Heeft deze plaats niet verwisseld met eene andere, doch nam in het najaar van 1699 zijn emeritaat en vestigde zich te Utrecht, waar hij nog in 1705 leefde, en b. zijn volgens van Rhenen, in diens naamlijst, Soestenaars. De opsteller der predikantenlijst van Utrecht vergiste zich echter nog al eens. Dat b. Soestenaar van geboorte was, is mogelijk, doch de doopacte van a is onge- twijfeld te Nichtevecht te vinden. Zie meer in de Boekzaal van 1721.' Het is vrij duidelijk, dat het grafschrift, door mij medegedeeld, dat van den vader is. Henricus van, of liever: ab Harlingen heeft zich wellicht na zijn emeritaat te Westbroek bij zijn zoon metterwoon gevestigd Deelde de Heer Kymmell op bl. 190 van den vorigen jaargang mede wat Mattheus te lezen geeft over de bij¬≠ zetting van 't lijk van den Graaf van Rennenberg (zie het grafschrift te Westbroek ald. bl. 114) te Oostbroek, in het vrij zelden voorkomende 2e deel van Smids ‚??Schat¬≠ kamer der Ned. Oudheden' vind ik wat er later met dat lijk is geschied. Daar staat nl. i v. Zuilen het volgende: ‚??Gemelde Heer Willem, Graaf van Rennenberg, Heer tot Zuilen, Westbroek en Oldenhoorn starf op 'thuis te Zuilen, den 8sten July 1545, hij werd gebalsemd, zijn hart te Zuilen in de Kapel, zijn ingewand te West¬≠ broek, en 't lichaam te Oostbroek in de Abtdij, begraaven, volgens aanteekening van Henrica van Erp, abdisse van 't Vrouwen Klooster aldaar, en Ooggetuige van de be gravenis, die op den 11 July geschied is. Anton Matth. Analect Tom. I, pag. 179. Toen de Abdtdij van Oost¬≠ broek met haare Kerk, in 't jaar 1580, werdt afge brooken, op dat er de Spanjaards niet in zouden nestelen, is het lichaam van deezen Heer in een looden kist naa Zuilen overgebracht, en bij 't hart in de Kapel bijgezet.' De kapel te Zuilen brandde af 31 Dec. 1847. H. J. S. Vragen en Antwoorden. Wapens. Naast mij liggen de afdrukken van drie cachotten: a. in groen een springend paard, Helmt. 't paard uitkomend, b. een weihek, helmt : 't zelfde meubel, (er is eene belgische familie v. Hecke die dit voert), c. een huwelijkscachot, 2 ovale schilden, zoodat niet zeker is, dat het herald, rechterschild van den man is: in blauw en groen grasveld, waarop twee schapen, 't rechter (herald) etend, 't linker iets meer op den achter¬≠ grond en opziend, de koppen naar elkaar toe, 't andere schild: een roskam vergezeld van drie lelies, twee rechts en links van de eigenl. kam √©n een onder den steel. Deze cachetten kwamen uit den inboedel van Dirk Gips, eigenaar eener branderij te Dordrecht, f 1887. Hij had ze niet door huwelijk. Dus moge 't volgende eene aan¬≠ wijzing zijn. Zijne moeder heette Haas, eene luth familie te D , en hare moeder van den Bende. Van vaderszijde komen deze namen onder zijn voorouders voor: d'Orma, v der Sluys, Rootbeen (wapen bekend), v. Limmen en de Vos Wellicht geeft dit aanwijzing Behalve Rootbeen, allen Dordtsche families, wier wapens ik gaarne wist, ook buiten de kwestie der cachetten om. Wellicht kan ons Dordtsche medelid iets beantwoorden. 't Wapen Gips is mij bekend van een wapenbord uit 1689. H J. S. IKHOT D 1S97, S¬Ľ. 7. Het geslacht Frets, door W. M. C. Eegt. ‚?? Een votiefbord uit de 16e eeuw in verband met de familie van der Does, door M. G Wilde¬≠ man. ‚?? van Half-Wassenaer, door Jac. A. ‚??Naamlijst der Schepenen van Zutphen (vervolg van kolom 96), door J. Gimberg. ‚?? Grafschriften' enz. in de Kerk te Westbroek (aanvulling) ‚??Vragen en Antwoorden. Gedrukt bij Gebrs. J. & H. van Langenhuysen te 's-Gravenhage.