De Nederlandsche Leeuw, jaargang 15 (1897)

M A A FDBLAD VAN HET Genealogisch-heraldiek genootschap ‚??De Nederlandsche Leenw.' Dit blad verschijnt omstreeks het midden van iedere maand, en wordt alleen aan de leden Tan het genootschap gezonden. Brieven te zenden aan den Secretaris den heer Mr. H. J. KOENEN, Kanaalweg 63, Scheveningen, bij¬≠ dragen voor het Maandblad, en de daarop betrekking hebbende correspondentie aan den heer M. G. WILDEMAN , Zijlweg 28 te Haarlem. Aanvragen betreffende de bibliotheek te richten tot den heer Jhr. Mr. C. H. C. FLU√?T VAN ASPEEMONT, Jan van Nasiaustraat 6, te 's-Gravenhage. Leden te 's-Gravenhage betalen per jaar ∆? 10.00 Zij, die buiten 's-Gravenhage wonen ∆?6.00 De vorige jaargangen zijn voor de nieuwe leden te bekomen ad ∆? 6.00 per jaargang. Afzonderlijke nummers zijn niet verkrijgbaar. De redactie van het Maandblad wijst er nadrukkelijk op, dat zij niet aansprakelijk is voor de strekking of inhoud der onderteekende stukken. 9. XVe Jaargang. Be Latijnsche School te Zierikzee en bare rectoren van de eerste helft der XVIe eeaw tot 1880. In het bekende werk ‚??Tegenwoordige Staat der Ver ¬ęenigde Nederlanden' en wel in het 9de deel, dat de beschrijving van Zeeland, met name o.a van Zierikzee bevat, wordt op bladz. 365 van onze school gezegd: ‚??schijnt ‚??al vroeg opgeregt, en reeds in een Privilegie van Willem ‚??van Henegouwen, van 't jaar 1304, gedagt te zijn' De brief, waarop hier gedoeld wordt en die in van Mieris Charterboek deel II fol. 38 (hoewel met geringe afwijkingen in de spelling) is afgedrukt, is nog in originali in het gemeente-archief van Zierikzee voorhanden en komt als n<>. 19 op den inventaris voor. Hij luidt letterlijk als volgt: ‚??Wi Willem outste sone ‚??sgraven van henegouwen van holl. van zeiand en shen ‚??van vriesland ridd√ę/ maken kont allen lieden, dat wi ons ^hen ons vader ghetrouwen porten van zyrixe omme/ T,mehichen ghetrouwen dienst die si ons dicken ghedaen ‚??hebben en sullen doen, gheven van/ ons hen weghen ‚??ons vader en den onsen, dat si die seole van zyrixe ‚??gheven moghen alse/ ruem word, en√ę clerc die ons -‚??ghetrouwe es en der port orbare. En omme dat wi / willen ‚??dat dit stade blive en vast, soe hebben wi desen brief .‚??besegheld met onsen seghele / en hebb√ę onsen h√© onsen ‚??vader in belovet te houdene. Gheghev√®n int jaer ons hen ‚??alse/ m√ę scrivet m. ccc. en vire des woens daghes vor ‚??assencioen.' De brief is op perkament, het zegel verloren Zonder twijfel ziet dit stuk op die inrichting van onder¬≠ wijs te Zierikzee, welke, in den loop der tijden belangrijker geworden, in de XVIe eeuw meermalen als ‚??de grote -schole' vermeld wordt en waar vele jongelieden, die later in de rollen der buitenlandsche hoogescholen (o.a. van -die te Keulen) opgeteekend werden, hunne eerste schreden hebben leeren zetten op de bane der wetenschap. Door het betreurd gemis van de meeste bronnen, blijft de geschiedenis van het middeneeuwsch Zierikzee nog raltijd in eene geheimzinnige schemering gehuld. Uit de XlVe en XVe eeuw, ja zelfs uit een groot deel der ]XVIe eeuw is ons al zeer weinig omtrent de toen bloeiende stad bekend gebleven. De laatste jaren van den zoogenoemden Franschen tijd zijn voor het oude en rijke archief der stad verderfelijk geweest. Eene ingestelde strafvervolging tegen den vandaalschen maire (Dr Nicolaas de Kater) die de documenten voor scheurpapier bij 't pond liet verkoopen en de geheele charter-verzameling voor een tijdje in handen van een joodschen uitdrager bracht, had geen voortgang en zou, indien zij al ten uitvoer gelegd was, de vernietiging van zeer vele belangrijke bescheiden toch niet ongedaan gemaakt hebben. Pas in de eerste helft der XVIe 'eeuw vallen ten op¬≠ zichte der ‚??grote schole' lichtstraaltjes in het schemer¬≠ donker verleden van het oude Zierikzee. In een brief ‚??de Ratione studii' van Adriaan van Baarland wenscht deze zijn vriend '1¬į. Mr. Guilielmus Zagarus geluk met de benoeming tot rector te Zierikzee, waar hij een even waardige en ernstige, als geleerde en dichtlievende schoolvoogd zal wezen. Zagarus, die te Groes geboren was, op 12 Juni 1521 poorter en daags daarna pensionaris te Zierikzee werd, schijnt tot 1533 aan het hoofd der Latijnsche school te hebben gestaan, daar hij, wellicht om zijne vermaardheid door de in 1531 te Parijs uitgegeven rechtsgeleerde verhandeling over de Lex lecta, tot raadsheer in het Hof van Friesland benoemd werd en 13 April 1533 ontslag als pensionaris van Zierikzee bekwam. In December 1538 is hij overleden te Leeuwarden, alwaar zijn grafteeken nog lang is bewaard gebleven. In het Noorden heeft hij zich als een voorstander der nieuwe leer doen kennen, hoewel gemeld wordt, dat hij later weer van gevoelen zou veranderd zijn. Een broeder van hem, Pieter Jansz Zagars, werd 12 Juli 1527 poorter te Zierikzee. Wie zijn omiddellijke opvolger geweest is, valt voor¬≠ alsnog niet te zeggen, althans uit raadsnotulen van 28 Januari en 11 Maart 1538 blijkt, dat het toen weder noodig was ‚??de schole van een opperschoolmeester of rector te voorzien'. Wellicht is kort daarop (31 October) aangenomen: 2¬į. Mr. Cornelis Hendrikse, van wien wij alleen weten,