De Nederlandsche Leeuw, jaargang 18 (1900)

29 30 innert aan een kruisvoerend Stichtsch en een Amsterdamsch roosvoerend geslacht van dezen naam. Ibidem XXIX, 524 vermeldt Jutta v. Zijll, gade van Gerard d'Edell, wier zoon Godfried Godard d'Edell met Dorothea Ruysch (f 1462), uit het kruisvoerend geslacht R. gehuwd was. Over v. Zijll, tijdgenoot van den musicijn Jor. Jacob v. Eyk te Utrecht a°. 1624, zie ibid. XXVI, 120, 1. Zie over v. Zijll ook Scheffer's Eamilie-Archief en Algem. Ned. Familieblad 1883/84. Ek en Wiel. JAC. ANSPACH. Familie Tinne. (1898, kol. 164, 1899, kol. 101, 199.) Maaijke de Sutter (gehuwd met Derk de Lange) over­ leed 28 Aug. 1824 vermoedelijk te Rotterdam. Uit haar huwelijk zijn geboren: 1. Martha de Lange, gehuwd met Simon Ewoud Torley, 2. Anna, begraven pp Eik-en-Duinen 19 Mei 1845, 3. Maria Francina, gehuwd met Robert Milford, en 4. Petronella, gehuwd met T. E van Capellen. Indien de Heer Regt, het doel van zijn nasporingen zou willen opgeven, ben ik in de gelegenheid hem wat dit onderdeel betreft, zeer binnenkort, het gevraagde 1899, kolom 42, te kunnen mededeelen. den Hang. M. G. W. Hodshon. {Zie jaargang 1899, kol. 166.) ' William Hodshon, zoon van Albertus en van Helena, geboren te Amsterdam, werd in Engeland genaturaliseerd bij act of parliament 10, George I, (Augs. 1,1723â??Juli 31â??1724) House of Lords Calender. Lymington. W. J. C. MOENS. Kwartierstaat van Ittersam. De heer A. M. K. W. Baron van Ittersum te Nijmegen bezit een geschilderde kwartierstaat bevattende de 64 kwar­ tieren van Ernst Hendrik van Ittersum van den Oosterhof. De tijd heeft het 64e kwartier zwaar beschadigd, van den naam zijn slechts de letters: a. n. g. leesbaar, het wapen vertoont nog een gedeelte van een rooden lambel met 3 hangers, het helmteeken een ooievaarskop en hals in natuurlijke kleur. De overgrootmoeder van Ernst Hendrik van Ittersum was eene zuster van Gerrit van Hoeckelom, wiens kwartierstaat door d'Ablaing in zijne Ridderschap van de Veluwe op p. 215 wordt meegedeeld, diens 4 kwar­ tieren worden aldaar opgegeven: van Hoeckelom. van Spuelde van Lawick. ten^ Busch. De geschilderde kwartierstaat heeft ^jjne 8 kwartieren aangegeven, n.1 : ? van Hoeckelom. van Spïielde. van Lawick. ten Busch. van Wijnbergen. van Hoeckelom. toe Boecop. (onleesbaar). Ten overvloede worde nog vermeld, dat de bij d Ablaing vermelde Gerrit van Spuelde de zoon was van Gerrit bij Geertruid van Hoeckelom, en dat de vader van Gheze ten Busch, Hermen heette. Wie is zoo vriendelijk mij het onbekende kwartier te willen mededeelen? 's Gravenhage. J. J. RÃ?ELL. BOEKBEOORDEELING. Het wapen van Amsterdam. De beer B. H. Klönne te Amsterdam heeft zich eens de moeite gegeven een niet onbelangrijke studie betreffende het Amsterdamsche stede wapen het licht te doen zien. Zijn onderwerp bepaalt zich hoofdzakelijk tot den kroon welke dit wapen moet sieren. Hoewel er reeds veel over het Amsterdamsche wapen geschreven is, dat aanleiding tot allerlei gissingen heeft gegeven, thans mogen wij met dit werk in de hand, ieder twijfelaar getuigen hoe het Amsterdamsche wapen behoort te zijn en wat het helaas toch niet geworden is. Zooals hier blijkt, zijn het alweer de inhuldigings­ feesten van 1898 geweest, die de Amsterdamsche regeering aanleiding gegeven hebben tot een revisie van het wapen, voornamelijk ten opzichte van de leelijke blauwe muts, die het Amsterdamsche schild dekte en de Uaximilaansche Keizerskroon moest verbeelden. Die rivisie werd ambts­ halve opgedragen aan den gemeente-archivaris Mr. R. W. Veder, die zich in zooverre met succes van zijn taak kweet, dat zijn gerectificeerd wapen de goedkeuring verwierf van den Hoogen Raad van Adel en bij besluit van 7 Juni 1898 de erkenning en bekrachting van den Minister van Justitie. Dat het gewijzigde wapen, veel verbeteringen heeft ondergaan betwijfelen wij niet, integendeel schildvorm, kruizen en schildhouders hebben aanmerkelijk gewonnen, ofschoon wat deze laatsten aangaan nog wel iets valt op te merken, wij zullen echter hierbij niet ophouden, en de lezers verwijzen naar hetgeen de heer Klönne daarvan zegt. Wat ons echter bijzonder getroffen heeft in het ontwerp van den heer Veder, is dat deze zonder waardeering van alle historische gronden, ontnomen heeft den trots van Amsterdam, te weten, een kroon, geschonken door een algemeen bemind vorst, en deze vervangen heeft door een kroon van een der keizers, die niet alleen geen sympathie van zijn volk droeg, doch zelfs door zijn weelderig en verkwistend leven veel rampen heeft ver­ oorzaakt. In plaats dat de kroon van Keizer Maximiliaan het Amsterdamsche wapen siert, wordt dit ons nu voor­ gesteld met die van Keizer Rudolph II. Wij betreuren dit met den heer Klönne, te meer daar door den Amsterdamschen gemeente-archivaris zooveel moeite is gedaan om een zuivere afbeelding van de ware Maximiliaau-kroon te verkrijgen. Van deze afbeel­ ding is een prachtige reproductie in kleuren, in het werk afgebeeld. Met de wetenschap dat Dr. Gustav Winter, de bekende Oostenrijksche Hof en Staats-archi varis, en de niet minder bekende heraldicus professor Hugo Gerard Ströhl, in de ontdekking van deze ware Maximiliaan-kroon van advies zijn geweest, vertrouwen wij dat de heer Klönne er in geslaagd is, haar in juist beeld weer te geven. Moge de arbeid van den heer Klönne aanleiding geven