De Nederlandsche Leeuw, jaargang 18 (1900)

85 86 Francis behoorden te volgen, maar het is tot op dit oogen blik onmogelijk geweest om ze bijeen te verzamelen. Zij vestigden zich in de vally van de Mohawk-rivier en hebben zich van daar in verschillende richtingen ver­ spreid. Door geene vermelding van hen te maken wordt de waarde van dit verslag niet verminderd, daar het nu het voornemen van den schrijver is, om meer direct de nakomelingen van den volgenden en jongsten zoon van Frans Jansen Pruyn, (13) Arent of Arnold, welke zich te Kinderhook vestigde, in dit verslag op te nemen. Daar dit de eerste poging is welke ooit is aangewend, om een blijvend verslag zamen te stellen van Arents familie-tak, zoo zullen er zonder twijfel, wel eenige fouten begaan zijn, of sommige zaken vergeten worden om daarvan melding te 'maken, hetwelk echter moet toegeschreven worden aan de omstandigheid, dat geen antwoord is ont­ vangen op eenige brieven, welke de verslaggever heeft uitgezonden tot het verkrijgen van de noodige informatiën. In verscheidene gevallen zijn dezelve echter spoedig en - op eene voldoende wijze beantwoord. Teregtwijzingen en andere mededeelingen, welke de familie betreffen, zullen gaarne door den verslaggever worden ontvangen en op prijs worden gesteld. Van Arent Pruyn's directe familie is reeds vroeger in dit verslag melding gemaakt. Gemakkelijkheids halve wordt het hier weder herhaald. Arent Pruyn en zijne afstammelingen. (13) Arent of Arnold Pruyn (Frans Jansen Jan) de jongste zoon, was gedoopt in de Hollandsche Kerk te Albany den 24 Mei 1688 ((3) Anna Pruyn. zuster). Hij huwde den 21 November 1714 met Catharyna Gansevoort, de bruiloft plaats vindende,.ten,.huize..van,de bruid, ^het­ welk op de volgende wijze in het Kerk-Verslag wordt vermeldt: ??1714 Nov. 21. Zijn Arent ??Pruyn en Catha ??rijna Gansevoorst met eene Lijcentie van sijn Excellentie ??R. Hunter in 't bijzijn van J. Roseboom en M. Schuijler ??ouders, ten huijse van de bruijd in den Houwelijcken ??Staat bevestight'. Catharijna Gansevoort was de dochter van Harmen Harmense Gansevoort, welke zich reeds in 1660 te Beverwijck vestigde, en van Maria Leendertse Conijn. Arent Pruyn was Brandmeester van 1716??17 en Deurwaarder in 1718??19 voor de Tweede Ward (wijk) van Albany. Volgens Hollandsche gewoonte, leerde hij een handwerk. Evenals zijn broeder (9) Samuel leerde hij het smidsvak. Handenarbeid was de grondslag voor eene Hollandsche opvoeding. Somtijds werd het voor een levensbestaan opgevolgd en menigmaal was het zeer winst­ gevend, daar er een groot gedeelte van het werk door de slaven werd verrigt. Menigmaal werd echter ook een handwerk verwisseld met een handelsbedrijf. Dat iemand een handwerk verrigtte, was echter geene reden, dat hij zou beschouwd worden als iemand die geen aanspraak kon maken op geboorte of positie. Vooral was dit het geval wanneer zoo iemand eene familienaam droeg als die der Schermerhorns, Bleeckers, Pruyns, Groesbeecks, Kips, enz. Een smid vervaardigde gewoonlijk al het ijzerwerk het­ welk in de buurt noodig was, zooals het maken van geweer loopen, gereedschappen, spijkers, landbouw-gereedschappen en wat ook in zijn vak vereischt werd. In de vroegere Hollandsche nederzettingen was hij gewoonlijk iemand, die nog al veel in aanmerking kwam. In 1736 vindt men Arent Pruyn te Kinderhook. Waar­ om hij zich daar gevestigd heeft is niet bekend, maar zijne vrouw kan er wel de oorzaak van zijn geweest, daar de Conijn's, haar, moeders familie, daar woonachtig waren. Den 6 Mei 1736, kocht Arent Pruyn wat sedert dien tijd bekend is geweest als de ??Pruyn Boerdery', van Cornelia Schermerhorn, voor eene consideratie van ??Een Honderd en Vijftig Pond, baar geld van de Colony New-York'. De oorspronkelijke koop-acte is niet gere­ gistreerd, maar is nu het eigendom van (374) Mrs. Jane Pruyn Sweet te Kinderhook. De boerderij toen aan Arent Pruyn verkocht, bleef een familie eigendom, tot op zijn kleinzoon (349) John J. Pruyn. Na zijn dood ging het in andere handen over, en het grootste gedeelte alsmede het huis is het eigendom van N. Wm. van Schaack Beekman Den 7 October 1889 vergunde Mr. en Mrs. Beek­ man, hun bloedverwant D. P. V. S. Pruyn (zoon van (367) Mattbijs Pruyn) alsmede den schrijver, het voorregt om op den zolder van het gebouw naar oude papieren te zoeken, maar hebben er geene gevonden. Van Arent Pruyn's rijkdom is slechts weinig bekend. Indien hij slaven had, en hij moet er voorzeker eenige gehad hebben, kan men er echter geen veislag van vinden. Zijn kleinzoon (335) Jan, schijnt meer met wereldlijke rijkdom bedeeld te zijn geweest. In 1736 werden Arent en Catharyna Pruyn, Echte Lieden, toegelaten als lid­ maten van de Kerk te Kinderhook Zooals men vermeent is hij daarna een Diaken en vervolgens een Ouderling in die Kerk geweest. De datums van het overlijden van hem en van zijne vrouw alsmede de plaatsen hunner begrafenis, zijn onbe­ kend. Hij leefde nog in 1759, wijl hij in dat jaar een getuige was bij den doop van zijn kleinkind (336) Arent, de zoon van (36) Harmen Pruyn. Zijne kinderen werden alle gedoopt in de Hollandsche Kerk te Albany, en heetten: 31. Alida, huwde Cornelis van Alen. 32. Maria, gedoopt 31 Mei 1719. ((9) Samuel Pruyn, oom, Anna Kittenaar). Zij werd den 1 Nov. 1726 te Albany begraven. (Wordt vervolgd.) Gegevens omtrent den burgerlijken stand van oificieren in de 17de eeaw te Heusden in garnizoen, en hunne huisgezinnen, doo r Jhr. Mr. F. BEELAERTS VAN BLOKLAND. {Vervolg van kol. 43.) B. ?OO PELINGEN. (Vervolg). 1698. 5 Jan. Johannes Leonardus, z. v. den luit* Jan Fredrik Schoubarth en Catharina Beverlo. 1699. 24 Maart. Catharina Barbara, d. v. Johan Hen drick Beek van Mulhuisen en Susanna Brogh. 2 Juni. Anna Willemina, d. v. de Heer Willem Bee laarts, luyt*., en Sophia Esdre. 1701. 27 Febr. Sophia Juliana, d. v. Hendrik Jan Kreyink, cornet, en Eva Johanna Kreyink.