De Nederlandsche Leeuw, jaargang 22 (1904)

MAANDBLAD VAN HET Genealogisch-heraldiek Genootschap ‚??De Nederlandsche Leeuw.' Dit blad verschijnt omstreeks het midden van elke maand en wordt alleen aan de leden van het Genootschap gezonden. Bijdragen en correspondentie betreffende de redactie en verzending van het Maand¬≠ blad zijn te richten aan den redacteur, Jhr. Mr. F. BEELAERTS VAN BLOKLAND, 62 Koninginnegracht, te Gravenhage. Aan vragen om exemplaren van vroeger ver¬≠ schenen Maandbladen zijn te zenden aan den heer J.C. VAN DER MUELEN, VlGGroot hertoginnelaan, te 's Gravenhage. De redactie van het Maandblad strekkin! Brieven,aan vragen, enz., betreffende het Genootschap te richten aan den secretaris, J. C. GIJSBERTI HODENPIJL VAN HODEN¬≠ PIJL, 40 Nassauplein, die betreffende de bibliotheek aan den bibliothecaris, Mr. V. C. BLOYS VAN TRESLONG PRINS, 3 Sweelinch- plein, beiden te 'sGravenhage. ‚?? Contri buti√ęn enz. aan den penningmeester, C. P. GIJSBERTI HODENPIJL te Vrijenban bij Delft. ‚?? Leden te 's Gravenhage be¬≠ talen per jaar f 10.‚?? contributie, zij die buiten 's Gravenhage wonen f 6.‚??. wijst er nadrukkelijk op, dat zij niet aansprakelijk is voor de ' of inhoud der onderteekende stukken. No. 5. XLXIIe Jaargang. 1904. Tot lid is benoemd: TH. VAN EVERDINGEN, 32 Nieuwe Uitleg, 's Gravenhage. Het Genootschap is in ruil getreden met: den ‚??Cercle Arch√©ologique, Litt√©raire et Artistique de Malines', te Mech√©len. Adreswijziging-. Mr. A. G. MIEDEMA, 38 5 Zijlweg, Haarlem. 32ste Algemeene Vergadering te 'sGravenhage op 30 April 1904 ten 8 nar n.m. in het Zuid-Hollandsch Koffiehuis. Aanwezig zijn de heeren: Jhr. Beelaerts van Blokland, Braakenburg van Backum, Bijleveld, Galand, van Beeck Calkoen, van Erpecum, Jhr. Falck, Gijsberti Hodenpijl, Gijsberti Hodenpijl van Hodenpijl, van der Minne, van der Muelen, Paehlig, Bloys van Treslong Prins, Baron Snouckaert van Schauburg, Vorsterman van Oyen, Arendsen de Wolff en van IJsselsteyn. De voorzitter spreekt na de opening der vergadering een welkomstwoord tot allen die aanwezig zijn en her¬≠ denkt met een woord van weemoed de trouwe leden, die ons in het afgeloopen jaar door den dood zijn ontvallen. In het kort geeft hij een overzicht van alles wat in het afgeloopen jaar in het Genootschap voorviel, vervolgens doet hij door den secretaris de notulen voorlezen, die na goedkeuring worden geteekend. Uit de verslagen van den secretaris en van den penning¬≠ meester blijkt, dat het aantal leden met 13 is vermeerderd, zoodat het totaal aantal gewone leden thans 137 bedraagt. In het afgeloopen jaar moest het Genootschap 9 leden door den dood of door vertrek, enz. verliezen. De kas moest een onaangenaam verlies lijden door het faillissement van de firma Gebr. van Hoytema te Delft, waar sedert tal van jaren de gelden van het Genootschap werden gedeponeerd. Dank zij het goede beheer van den pen¬≠ ningmeester behoeft dit ongeval echter geen stoornis te brengen in den geregelden gang van zaken, kunnen de rekeningen alle worden afbetaald en hoopt men door eene gepaste zuinigheid het geleden verlies weldra hersteld te hebben. Mochten de leden daartoe kunnen medewerken en den bloei van het Genootschap krachtig helpen be¬≠ vorderen, dan zou zulks ten zeerste worden gewaardeerd. De rekening c. a. van den penningmeester wordt nage¬≠ zien door de heeren van Beeck Calkoen en van Erpecum, die voorstellen dezelve goed te keuren, onder dankbe¬≠ tuiging voor het goede beheer. Dienovereenkomstig wordt besloten, terwijl door den heer Paehlig in overweging wordt gegeven het kasgeld voortaan niet meer bij een bankier te deponeeren. De bibliothecaris brengt een gunstig verslag uit omtrent den toestand van de bibliotheek, doch moet het betreuren, dat de nieuwe catalogus nog niet is verschenen. Hij hoopt dat deze op de volgende algemeene vergadering aanwezig zal zijn, waarmede ook andere leden instemmen, als zijnde zulks in het belang van het Genootschap, zoowel tot behoud en geregeld beheer der boeken als tot het gemak van de leden. De heeren Mr. H. J. Koenen en Mr. P. C. Bloys van Treslong Prins worden als bestuursleden herkozen, terwijl Baron W. Snouckaert van Schauburg, oud-bestuurslid, wordt gekozen in de plaats van den overleden heer Mr. C. F. Pahud de Mortanges. Het verslag omtrent de juiste kleuren van het Haagsche wapen wordt niet uitgebracht, wegens afwezigheid van Jhr. Storm van 's Gravesande, den verslaggever, en van den heer Servaas van Rooyen. De heer Braakenburg van Backum wijst er op, dat in dagbladen zoo dikwijls personen worden genoemd met adellijke titels en praedicaten waarop zij geen recht hebben. Vooral het woordje ‚??Jonkvrouw' wordt kwistig misbruikt. Zoolang zulks eene fout is van reporters, enz., is over het feit niet veel meer te zeggen, dan dat men wenschen mag, dat de pers langzamerhand overtuigd moge worden van de wenschelijkheid om ieder het zijne te geven, niet minder, maar ook niet meer. Een ander