De Nederlandsche Leeuw, jaargang 22 (1904)

115 116 geval is het echter, wanneer de betrokken familiën zelf de bedoelde fouten maken, b.v. in aankondigingen bij huwelijken, overlijden, in advertentiën, enz. Een der leden neemt op zich hierover in het Maandblad een artikel te schrijven. Het houden van meer bijeenkomsten in den a. s. winter wordt besproken en zeer toegejuicht Een der leden wijst er op, dat in den boerenstand zoovele geslachten gevonden worden, die vermoedelijk gesproten zijn uit de gelijknamige oud-adellijke geslachten. Spreker meende dit punt als een onderwerp van studie te mogen aanbevelen. Nadat in het bijzonder de rubriek ??Vragen en ant­ woorden' in het Maandblad aan de aandacht der leden is aanbevolen en nogmaals op een herdruk van den cata­ logus der bibliotheek is aangedrongen, als zijnde het eerst noodzakelijke werk, wordt overgegaan tot het bezichtigen van eene keurige collectie wapenteekeningen, enz., behoorende aan de heeren Bijleveld, Caland, van Beeck Calkoen en Bloys van Treslong Prins, waarna met een woord van dank door den voorzitter voor de trouwe opkomst, de vergadering wordt gesloten. J. C. G. H. v. H., Secretaris. Grafschriften van Nederlanders te Constantinopel. Toen ik in November 1901 eenige weken te Constan­ tinopel verblijf hield, copieerde ik de opschriften aldaar op de graven der Nederlanders voorkomend, meenende dat deze documenten uit ver-verwijderde streken voor de genealogen wel belang zouden hebben. Reeds lang was het mijn plan geweest deze in het ??Maandblad' te publiceeren, doch één ding weerhield mij. Er waren twee vrij oude zerken zoodanig met mos begroeid, dat alleen een naam viel te ontcijferen, en ik vond het jammer om het geheel niet volledig te kunnen geven. De tijd bracht echter uitkomst. In den afgeloopen zomer werd ons geacht medelid Jhr. Mr. Dr. J. C. N. van Eys van Lienden, minister-resident in disponibiliteit, ad interim met het beheer van H. M.'s gezantschap bij Z. M. den Sultan belast. Er aan gedachtig welk bereidvaardig man Jhr. van Eys is en welke belangstelling hij voor onze wetenschap heeft, stelde ik in een bestuursvergadering voor hem te verzoeken maatregelen te willen nemen, opdat deze steenen schoongemaakt zouden worden en de opschriften gecopieerd. Nauwelijks had Jhr. van Eys ons verzoek ontvangen, of hij gaf den kerkhofbewaarder opdracht om de bedoelde steenen te doen afkrabben en schoonmaken en copieerde zelf de opschriften. De leden van ons Genootschap zijn hem hiervoor dank verschuldigd, daar zij nu, zoodoende een volledige opgave der te Con­ stantinopel aanwezige grafschriften krijgen. Na tot 1864 elders geweest te zijn, werd in dat jaar door de Nederlanders een nieuwe protestantsche begraaf­ plaats in gebruik genomen, in gemeenschappelijk bezit met Engeland, Frankrijk, de Vereenigde Staten, Dene­ marken, Zweden, Noorwegen en Italië. Het is gelegen te Ferikeuy, een voorstadje op de hoogten aan de Pera zijde gelegen. I. Allereerst vindt men er een vierzijdig monument met dit opschrift: ??Le transfert des restes mortels ci-deBsous opéré par ordre et aüx frais du gouvernement néerlandais. Aoüt 1864', en deze namen en data (1): Andre Suyderhoef. Mstre 1617. Georghiez Rehan . . . . . . . 1625. David de la Fontaine ...... 1637. Petrus Cattus - 1640. Theodore Crolli 1647. Jacob Arlaud 1659. Isaac Rombouts 1661. Gme pric Van Dam. Consul .... 1665. Georgius de Brosses . 1667. Edouard Blijdenberg 1670. Antonii de Brosses . 1670. Justinus de Brosses 1671. Jacob van Dan (2). Consul . . . . 1677. Gme van Pradelles 1680. Abraham Derveau. . 1680. Justinus Collyer (3). M^e. .... 1682. van Diepenbroek 1683. Justine Constance de la Fontaine . . 1686. Jean de Reyger 1686. Abraham de la Fontaine. Consul . . 1688. Constantin Collyer. Secrétaire. . . . 1688. Gaspard Chaselles 1696. D. D. Nicolaus Wngt 1709. Clara Constance de Brosses .... 1710. Crine van Breen de Brosses . . . . 1713. Jacob Clara de Brosses 1716. Petrus de la Fontaine 1725. Abraham Bisschop 1736. Dionysius Houzet 1737. Catherine Arlaud . . . . . . . . 1742. Joana de la Fontaine van Diepenbroek 1740. Jean Arlaud 1742. Henry van Diepenbroek 1744. Maria Roberston 1761. Janus Huddaeus Dedelius 1768. AnnaDunant Panchaud 1774. Qme Gerard Dëdelii 1776. Joannes Chevrier 1777. Baron de Pagniet Mstre 1778. Baronne de Haeften 1778. A. van der Baan 1855. Christophe Rombouts, agé de 41 ans. Justinus Bisantius Colyear de Robbertzom. Mstre. II. Een driehoekige marmeren zuil, waarop: le zijde Ecce, viator, tumulum, quo conditur quod mortale erat viri, cui immortalitatm peperit vitae integritas, amplissimi atq: celeberrimi Dni Petri Leytstar, nati Amstel: A: MDCLXVI D: XIV, Septemb. fidei ac industriae gloriam, quam Smirnae ac Byzantzii Mercator acquisivit. Quaestor Camerae commerciorum caussa ad terras O. O. a Celsiss: (1) De vaak foutieve spelling wijst er op, dat de namen niet door een deskundige van de origineele graven gecopieerd werden. Zoo b.v. de genitief Antonii, Dedelii, etc. Er stond dan waarschijnlijk: ??Monuraenta Antonii' etc, of ??Ossa Dedeüi', of iets dergelijks. (2) Lees: Van Dam (?) O (3) Over deze familie zie men het belangrijk artikel van Jhr. Mr. J. H. Hora Siccama in den XXsten jaargang (1902) van ons Maandblad.