De Nederlandsche Leeuw, jaargang 27 (1909)

223 224 De meeste dezer rustplaatsen van geliefde afgestor­ venen , waren dan ook met een Egyptische soliditeit gemetseld ten einde de stoffelijke overblijfselen voor vocht en andere vernietigende oorzaken te bewaren, hetgeen ten gevolge gehad heeft, dat zelfs van sommige der daarin bijgezette stoffelijke overblijfselen, verscheidene, evenals de kostbaar ') gebalsemde Egyptenaren, nog als mummies aanwezig zijn, o. a. in de kerk te Wie werd 2) in Friesland en in de kapel in de kerk te Voorburg :t). / Laatstgenoemde kapel waarvan de heer J A. van der Aa in zijn zoo belangrijk Aardrijkskundig Woorden­ boek, in het lle deel (A° 1848) blz. 829, schreef: .... alsmede dat van de Heeren Koeymans en Timmer­ mans, zijnde een grafkapel, wier ingang pronkte met het familiewapen in blaauwen arduin uitgehouwen is door het kerkbestuur aangekocht en wordt vernietigd om tot andere doeleinden te worden gebezigd. Deze kapel, met het jaartal 1705, van Samuel Timmer­ man, Samuelszoon 4) en Vrouwe Eliana Coymans Jansdr. bevat'vijf mummies, waarvan er evenwel slechts een te zien was, de andere kisten waren bedekt met een hoop vuile rommel, tijdens het bezichtigen daarvan door een aantal leden van de vereeniging ??die Haghe' eenige jaren geleden, en verkeerde toen in een deerlijk verwaarloosden toestand. Boven den boogvormigen ingang, toegang verleenende tot de grafkapel, staan de twee wapenschilden dei stichters uitgehouwen. Het mannelijke dat van den Heer Samuel Timmerman : gepaald en tegen gepaaid van drie stukken, iedere paal beladen met een aanziende leeuwen­ kop, geplaatst 2 en 1. Het vrouwelijke in een ovaal schild, van' Coymans: gevierendeeld 1 en 4 golvend gedwarsbalkt en een schildhoofd beladen met 3 be­ santen, 2 en 3 drie ossenkoppen met halzen, en zijn dus gelukkig aan de woede der wapenuithakkers, tijdens de Fransche overheersching ontsnapt. Samuel is gedoopt te 's Gravenhage in de Klooster­ kerk, als zoon van Samuel Timmerman en Leonora Coymans, get. Elisabeth Coymans en Paulus Timmerman den 24 October 1642. Hij was heer van Bruchem en huwde te Sloterdijk 4 Mei 1677 met Eliana Coymans, geb. te Amsterdam tusschen 1645 en 1648, het 9e der 15 kinderen van Jan Coymans (geb. 12 July 1601, ') Volgens Herodotus en Diodorras waren er verschillende soorten en manieren van balseming, nl. le, 2° en 3° klasse, doch volgens de gevondene mummies schijnen er nog wel eenige daar tusschen liggende klassen geweest te zijn. De onkosten der 3' klasse waren zeer gering, die der 2' klasse bedroegen ongeveer 22 minae (ongeveer 60 pond sterling) en die der 1' een talent zilver (ongeveer 250 pond sterling). Zie hierover uitvoeriger Sir J. G-ardener Wilkinson, A popular account of the ancient Egyptians. 1854. II, blz. 358 en volgende. 2) Zie van den Bosch: Neerlands verleden, blz. 75 en 338 en de dn ar vermelde courant De Avondpost van 28 Juni 1899. 3) Idem blz. 208 en 309. *) De familie Timmerman heeft bij Voorburg landerijen bezeten, want in de omschrijving van eene belending van een stuk lands uitmakende een gedeelte van de buitenplaats Arendsburg, het oude Forum Hadriani, aldaar, in 1758 staat: ??ten Oosten en ten Zuiden aan Jonkheer Samuel Timmerman'.... (Idem blz. 35). Daar men dikwijls gemakshalve de namen der belendende eigenaars, uit de vorige acte van eigendomsovergang overschreef, is het niet onmogelijk dat met deze Jonkheer Samuel een der beide hier ge­ noemde Samuels bedoeld is. Zie over het geslacht en wapen van Timmerman J. B. Rietstap, Heraldieke Bibliotheek 1874, blz. 203, 205, 352, 1875, blz. 11 en 78. denkelijk te Amsterdam, alwaar hij van 1635??57 kerk­ meester der Westerkerk was, overl. 26 Oct. 1657), die te Amsterdam huwde 22 Oct. 1634 (aanget. aldaar in de Nieuwekerk 28 Sept.: van Amsterdam, oud 33 jaar, geen ouders, vergeselschapt met Jan Duytz (lees Deutz) sijn swager, wonende op de Keizersgraft met Sophia Trip, van Dordrecht, oud 20 jaar, vader Elias Trip, op de O. Z. Voorburgwal) met Sophia Trip, ged. te Dordrecht in de Gereformeerde kerk in Julij 1614, begr. in de Westerkerk te Amsterdam 31 Maart 1?79 (Geneal. Trip door Jhr. H. J. Trip, blz. 181). Eliana Coymans was weduwe in 1666 (idem blz. 73 en 87) en haar huwelijk was kinderloos. Een broeder van Eliana was Joseph Coymans (het 15e kind) geb. te Amsterdam 9 Aug. 1656, overleden 7 Sept. 1720, kerkmeester der Nieuwe Zijds kapel te Amsterdam 1682??1705, bewindhebber der West-Indische Compagnie ter Kamer Amsterdam 1705, rekenmeester en dijkgraaf van de Beemster, gehuwd 30 October 1685 met Clara Valckenier, geb. te Amsterdam 16 Jan. 1664, st. 18 Oct. 1724, dochter van Gillis, schepen, raad en burgemeester van Amsterdam en van Jacoba Ranst. Uit dit huwelijk zijn 10 kinderen geboren. Hun 9e kind was Balthazar Coymans, geb. te Am­ sterdam 28 of 29 Dec. 1699, ongehuwd overleden 15 Sept. 1759, vrijheer van Deurne en Liessel, kerkmeester der Zuiderkerk 1724??39, commissaris tot den ontvang van den 100° en 200e penning te Amsterdam 1740, baljuw en dijkgraaf van de Beemster 1742. Hij heeft bij zijn testament op 13 Juny 1757 voor den notaris Jan Ardinois aldaar gepasseerd, onder anderen eene beschikking gemaakt, ??En aangezien de Capelle anne x de kerke te Voorburg, breeder gemeld in het testament van vrouwe Eliana Coymans, indertijd vrouwe van Bruchem en douairière van den hoog edel gestrengen heer Samuel Timmerman (volgens derzelver dispositie, besloten gepasseert in dato 30 May 1714) eeuwiglijk moet blijven in de familie van des testateurs vaderszijde, zoo verklaart hij testateur aan diegeene uijt de familie van zijn vaderszijde aan welken succes sivelijk de gemelde Capelle sal opkomen (waartoe hij testateur in de eerste plaats nommineert, en aan wien hij dezelve Cappelle op dien voet legateert, de heer mr. Jan Carel van der Muelen) mede toe te voegen en te legateeren de jaarlijksche interessen welke, suy ver zullen inkomen', enz. van een zeker capitaal tot onder­ houd van genoemde Capel ??en dat in deselve Capelle gedurende de tijt van tagtig jaren, gerekent na het overlijden of' wel de begravenis van hem testateur, niemand aldaar zal mogen worden begraven of bijgezet of de daarin liggende lijken immermeer zullen mogen werden in het allerminst geroert, op welke wijze het zoude mogen zijn' enz. Bij dat testament, waaruit ook blijkt dat bij het afsterven van den erflater geen des­ cendent van het mannelijk oir van het geslacht Coijmans, voortgesproten uit zijne grootouders Jan Coijmans en Sophia Trip meer overig bleef, heeft hij tot zijne erf­ genamen ieder voor gelijke deelen benoemd Anna Catharina Valckenier, gehuwd met Jan van Kerchem, Margaretha Valckenier, gehuwd met Gillis van der Voort, ontvanger van het last en veergeld (veilgeld?) te Amsterdam en Mr. Joan Graafland, burgemeester en raad dier stad, ontvanger generaal van het collegie