De Nederlandsche Leeuw, jaargang 28 (1910)

305 306 De volgende aanteekeningen Ô?? slechts sprokkels zonder verband Ô?? kunnen te pas komen. I. Jacques Francois de Gumo├źns (de Courcelles) tr. Judic d Arbonnier. Hij werd 28. 7.1695 benoemd tot kapitein, in 1703 tot luit.-kolonel, 23.7.1716 kolonel, 11 Maart 1727 brigadier-generaal en is 7 Febr. 1729 te 'sGravenhage begraven (op dien datum werd het recht van f 30.Ô?? voor hem betaald). Hij liet althans ├ę├ęn zoon na: II. Jacques Frangois de Gumo├źns, ged. te Bergen op-Zoom 28 Dec. 1704, die te Namen 3 Aug. 1731 huwde met Elisabeth Cornelia Dulmhorst. Waaruit zoover mij bekend 5 k., t. w.: 1. Margu├ęrite Barbe de Gumo├źns, ged. te Namen 2 Aug. 1733, vermoedelijk overleed zij te Yperen, en werd ald. begraven 14 Maart 1736 in de doodboeken ald. vermeld als: Ô??1'enfant de 1'off├»cier de Gumo├źns'. 2. Frederique Margu├ęrite de Gumo├źns, ged. te Yperen 5 Sept. 1734, begraven te 'sGravenhage 2 Nov. 1747 (Inpost. reg. o/h begr. op dien datum). 3. Charles Andr├ę de Gumo├źns, geb. te Maastricht 12 Mei, en ald. ged. 15 Mei 1746. 4. Jacques Francois de Gumo├źns, ged. 'sGravenhage 28 1748.* 5. Charles Louis de Gumo├źns, ged. Breda 3 Nov. 1754, komt in 1769 (Paschen) voor als lidmaat der. Walekerk te 's Hertogenbosch, en was toen vaandrig. Te Venlo werd 7 Dec. 1784 in een kelder begraven Charles Louis de Gumo├źns, is dit dezelfde ? Dani├źl No├Ę' de Gumo├źns, geb. te Bern, kapitein in het reg. Zwitsers van Generaal-Majoor Constant do Rebecque huwt (op att. van Doornik) te Maastricht 31 Oct. 1742, Margaretha Elisabeth Maria Lemker, geb. te Maastricht. George de Gumo├źns luit.-kolonel tit. (19 Jan. 1707) en luit.-kol. (11 Sept. 1708) ┬╗) huwt Anne Marie de Cartier-. Waaruit: a. Guillaume de Gumo├źns, ged. te Luik 8 Dec. 1709. b. Vincent Dieudonn├ę de Gumo├źns, ged. te Luik 4 Juni 1713. Pierre Gumoin, soldaat, werd te Yperen begraven 19 Febr. 1728. (Behoorde wellicht niet tot het geslacht.) Margareta Frederica de Gumo├źns werd Nov. 1747 te 's Gravenhage begraven (bet. impost ad f 15.Ô?? op 2 Nov.) Jan de Gumo├źns werd Nov. 1747 te 'sGravenhage begraven (bet. impost ad f 15.Ô?? op 11 Nov.) Jacob Louis de Gumo├źns werd Dec. 1747 te 's Gra┬ş venhage begraven (bet. impost ad f 15.Ô?? op 12 Dec.) Alexandre de Gumo├źns, luit. in 't reg. Zwitsers van Kolonel de Sturler, werd, 16 April 1760 begraven t├ę Maastricht. Louis de Gumo├źns, kapt.-luit. iu voorn. reg. werd 4 Mei 1761 begraven te Maastricht. Elisabeth Alexandrine de Gumo├źns, werd op Pinksteren 1766 lidmaat der Wale-kerk te 's Hertogenbosch. B. J. de Gumo├źns werd 19 April 1768 benoemd tot l) Eeu George de Gumo├źns d'Orsond werd 14.2.1729 benoemd tot kolonel, dit zal vermoedelijk niet dezelfde zijn. majoor, 21 Maart 1772 tot luit.-kol., 22 Juni 1779 tot kolonel, en in 1796 of 1797 gepensionneerd. Charles Bissat de Gumo├źns werd 25 Jan. 1779 op het kerkhof te Venlo begraven. Marie de Gumo├źns werd 12 Maart 1789 te Venlo in een grafkelder begraven. Nicolas Theodore von Gumo├źns (1730Ô??1800) komt als generaal-kommandant van een reg. Zwitsers voor, dat vooral in den zoogenaamden postenoorlog in Vlaan┬ş deren zich bijzonder onderscheidde (Vgl. Bosscha, Neer lands heldendaden te land, III,-47, 56, 77, 87). Hij was de vader van: Sigismond Emmanuel von Gumo├źns (1753Ô??1798) die tot luit.-kol. werd benoemd 12 April 1780, kolonel 15 Oct. 1787 en gepensionneerd in 1796. Hij keerde in dat jaar naar Zwitserland terug, en werd tijdens een oproer in 1798 vermoord. Hij huwde Marie Sophie von Gumo├źns, waaruit o. a.: Nicolas Frederic Emmanuel von Gumo├źns, geb. te Orbe 19 April 1790, die zijn eerste opleiding genoot ten huize van zijn bloedverwant, den advocaat F. von M├╝linen te Bern. Hij bezocht vervolgens de Militaire Academie te Weenen, welke hij in 1809 verliet met eene aanstelling als luitenant in het Infanterie regi┬ş ment N┬░ 30 (Prince de Ligne). Reeds het volgend jaar verliet hij het leger om met den Aartshertog Frans een reis naar het Oosten te ondernemen, om als kapitein bij de Engelsch-Spaansche troepen als adjudant te worden toegevoegd aan den Generaal Doyle, met wien hij de veldtocht op het schiereiland medemaakte. Hij vocht vervolgens in Itali├ź in het Anglo-Italiaansch legioen, en ging in 1816 in hollandschen dienst over, als majoor bij den Generalen Staf. In 1828 benoemd tot luit.-kol. bij dat dienstvak, verwierf hij-in 1830 de M. W. O. 4de kl. en werd in 1831 kolonel. Den 22 Dec. 1832 op de Citadel van Antwerpen in het bastion Fernando doodelijk gewond, overleed hij den 29 Dec. d. a. v., en werd den 31 Dec. d. a. v. te Bergen-op-Zoom begraven. Zijn stoffelijk overschot werd 28 April 1834 naar den Haag overgebracht, en aldaar op de Alge┬ş meene Begraafplaats onder het ter zijner eere door de officieren van den Generalen Staf opgericht monument *), bijgezet. Dit gedenkteeken werd in 1907 hersteld op kosten van de officieren van den Generalen Staf, en eerst toen aan de Gemeente 's Gravenhage overgedragen. ') Zie voor dit monument o. a. Jaarb. K. Mil. Aead. 1858, De Na vorscher 1892, De Nieuwe Rott. Courant van 20 Jan. 1903 en 2 Juni 1906. Voor portret kol. von Gumo├źns, zie Muller N┬░ 2065, voor afb. Gedenkteeken, Muller, 2066. In de papieren van mijn grootvader, den gen.-maj. J. E. Wildeman, vond ik nog de minuut van een brief door hem gericht aan den Generaal de Constant Rebecque naar aanleiding van het opschrift op het monument te plaatsen. (Dit ontwerp-afschrift werd door mij afgedrukt in Navorscher 1892). Die brief luidde: Breda le 17 F├ęvrier 1833. Dans mes r├ęflexions sur 1'ex├ęcution du projet, dont il est question d'honDorer la m├ęmoire de notre excellent de Gumo├źns, 1'id├ęe m'├ętant venue, qu'on jugerait ,peut ├Ętre bien a propos, par rapport a F├ępi taphe a placer sur sa tombe, de suivre la mani├Ęre usit├ęe dans ce pays-ci, pour les monuments en honneur des H├ęros morts pour la patrie, savoir: de 1'y faire mettre en langue latine, j'ai essay├ę moi m├¬me de tracer quelques lignes a cette fin, et c'est apr├Ęs en avoir eu des conf├ęrences avec Mr. Hoeufft et Mr. Ie Professeur Bosscha, et apr├Ęs avoir utilis├ę leurs remarques, pour une r├ędaction en bon latin, que j'ose les oifrir a Votrc Excellence, en La priant, si elles