De Nederlandsche Leeuw, jaargang 28 (1910)

95 96 Waye. Deze familie wordt vermeld in: 1. Het Vademecum van Arthur Merghelijnck 1896/97, N¬į 129, 2. De ‚??Annuaire des families nobles et patriciennes de Belgique' 1900. D. Gr. van Epen. Liste des families nobles de Belgique et des Pays voisins, principale ment de la Hollande, etc., qui ont obtenu des dipl√∂mes de noblesse ou des titres, 3. De ‚??Indicateur nobiliaire de Belgique, etc, 1869 (Brussel G. A. van Trigt en 's-Gravenhage Martinus Nijhoff). M. (Biblioth√®que h√©raldique au minist√®re des affaires √©trang√®res) p. 162, 172. 4. De Raadt. Sceaux armori√©s IV p. 183. C. C. B. Acquits de Lille: 1.38. Chr√©tien Waye, homme de fief du Comte de Flandre au bourg de Bruges vers 1398, 13.14. Wauthier Waye, √©chevin de Menin 1423. 5. d'H. St. et Jules Huyttens. La noblesse de Flandre: Josse Waye, fils de Francois, tient un fief situ√© a Desselghem le 18 Mars 1618. 6. Het poorterboek van Delft: Joost Way(e), stoeldraaier van Meenen, wordt poorter 5 October 1585. Kan men mij ook gegevens omtrent deze familie ver¬≠ schaffen ? Hoe zijn de gegevens bedoeld in bovenstaande punten 1 en 3 het gemakkelijkst te verkrijgen? *) Leiden. J. G. KIST. Boekaankondiging. De Heraldiek in bouwkunst en aanverwante vakken door J. KUYPER , medailleur-modelleur, teekenaar, hoofdleeraar aan de Akademie van Beeldende Kunsten, Den Haag. ‚?? Amsterdam, C. J. VEEN. MCMX. Gaarne zouden wij eene uitvoerige bespreking aan dit werkje wijden, doch ons Maandblad biedt daartoe te weinig ruimte. Of de litteratuur op heraldisch gebied evenwel door deze uitgave is verrijkt, meenen wij te mogen betwijfelen. Het is eene troebele bron, waaruit dorstenden naar heraldische kennis al heel weinig gezond voedsel zullen putten, zelfs waar dit wordt toege¬≠ diend, in oorspronkelijke uitingen van den schrijver, een hoofdleeraar der Academie van Beeldende Kunsten in de Hofstad. Dat de eenvoudigste grondbeginselen der Wapenkunde voor dezen Hoofddleeraar een gesloten boek zijn, blijkt genoegzaam uit de onderschriften der voorbeelden op bladz. 77, waar hij de geijkte en juiste term gedeeld, als gespleten voorstelt, en van gedeeld spreekt als zulks doorsneden moet luiden. Verder wordt door hem een voorbeeld, dat geblasoneerd zou mogen heeten: van zilver met een paal van azuur, de rechter schildrand rakende, door dezen hoofdleeraar eenvoudig beschreven ‚?? ja eenvoudiger maar ook onzinniger kan 't niet ‚?? als ‚??zijde'rechts'. Een gevierendeeld schild heet bij hem ‚??gevierd'. Een verschoven paal heet een verschoven balk. Het vair wordt steeds als ‚??feh' aangeduid. Waar we zouden spreken van: ^In zilver twee palen van azuur' meent onze hoofdleeraar dit te te mogen uitdrukken als ‚??4 X gespleten dubbele paal'. Spreken deze voorbeelden niet genoeg, om het te mogen betreuren dat aan eene Academie van Beeldende Kunsten dergelijke onzin wordt onderwezen? Zooals hierboven reeds gezegd kunnen we uit hoofde der weinige plaatsruimte slechts op enkele zaken wijzen. Ten slotte dus alleen nog de uiting onzer verbazing, dat op bl. 117 de bejammering wordt uitgesproken: ‚??dat bij het aanbrengen van dergelijke wapens (er is hier sprake van wapenversieringen op rijtuigen) meerendeels onbetrouwbare geestelooz e Fransche voorbeelden gevolgd worden, waarin alle regelen en beginselen der historische heraldiek absoluut miskend zijn, terwijl het veelal bij den wapenvoerder aan kennis ontbreekt den juisten vorm hiervoor aan te geven.' De schrijver duidt geen tijdstip aan, doch daar hij in 't algemeen spreekt, moge hierbij worden opgemerkt, dat in de laatste 20 jaar, wat 's-Gravenhage betreft, vele wapenschilderingen op rijtuigen zijn vervaardigd door den heer J. E. van Leeuwen, wapenteekenaar bij den Hoogen Raad van Adel, enz., Hollanderstraat 6, ald., bij wien die hoofd¬≠ leeraar Kuyper zonder twijfel nog, en we hopen met vrucht, in de leer zou kunnen gaan. ') De onder 1 en 3 genoemde werken zijn ni fallor te raadplegen op de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage. ‚?? Ze behooren vermoedelijk wel tot de rubriek gedrukten, welke in leen worden uitgegeven. EED. RED. Correspondentie. H.H. Leden zullen zich herinneren, dat op de laatste Algemeene Vergadering o. a. werd besloten in het Maandblad eene nieuwe rubriek te openen, waarin de namen zouden worden gepubliceerd van hen, die zich met elkander in verbinding wenschen te stellen om in ruil gelijkwaardige gegevens uit de archieven van de plaats hunner inwoning of nader te noemen plaatsen te verschaffen. Naar aanleiding daarvan vraagt de Heer P. F. W. VAN ROMONDT, Regentesselaan 47, 's-Gravenhage, ge¬≠ gevens uit de archieven te Zwolle, Deventer, Amsterdam en Utrecht, waartegenover hij bereid is gegevens te verschaffen uit de archieven te 's-Gravenhage. Ons lid, de Heer C. A. VAN WOELDEREN, Admiraal van Ghentstraat 33, te Utrecht, vraagt of een der HH. Leden ook een duplicaat bezit van n¬į 10 jaargang 1889 van ons Maandblad, het eenige nummer dat aan zijne serie ontbreekt. H.H. Leden, die auth.vacta in hun bezit mochten hebben aangaande de familie Leusden, later Pels Leusden worden beleefd verzocht daarvan mededeeling te doen aan den Redacteur. INHOUD 1910, No 3. Bestuursberichten: Bijeenkomsten, benoeming tot lid, adresver¬≠ andering. ‚?? Beschrijving van zegels aanwezig in het oud-archief der gemeente 's-Gravenhage (slot), door J. C. van der Muelen. ‚?? Gids voor Nederlandsche bezoekers van het Rijksarchief te Brussel, doo r C. P. J. van Vlierden. ‚?? Bijdrage tot de genealogie van het geslacht van-Hoekelom (XXV, 7, XXVII, 16) door J. D. Wagner. ‚?? Geslacht van Weede (XXVIII, 19) door Jhr. Mr. Wittert v. Hoogland. ‚?? Fragment-genealogie Leuven, door H. H. van Dam. ‚?? Onderscheidings vlag voor Prinses Juliana. ‚?? Vragen en Antwoorden: Campen (van)‚??Berlin(c)khoif (XXVIII, 26). ‚?? Groot (de) (XXVIII, 23). ‚?? Mersch (van der). ‚?? Muyden, van. ‚?? Eomondt, van. ‚?? Wapens gevraagd (XXVII) [Hoevenaar, de Wildt, Schrijver, Hagen (van der), v. Sprang]., ‚?? Wapen gevraagd (XXVIII, 270). ‚?? Waye. ‚?? Boekaankondiging. ‚?? Correspondentie. De Ned. Boek- en Steendrukkerij v./h. H. L. SMITS.