De Nederlandsche Leeuw, jaargang 29 (1911)

23 24 Naamen der Heeren Predicanten dewelke 't sedert het begin onser gemeente ') alhier in 's-Gravenhage bij deselve gedient hebben. Medegedeeld uit het Archief der Luthersche Gemeente te 's-Gravenhage door W. S. v. S. Dus Dani√ęl Fettius, beroepen 1611. ‚?? Syn dienst ver¬≠ latende ofte gedeporteert 1615. Dus Andreas Pieters van der Linde, assisteerde in het jaar 1614, alle veertien dagen. D's Severius Hardung, beroepen 1615 en vertrocken 1624. Dus Habeus Magnus, beroepen 1624 ende gestorven den 22 augustus 1638. D's Hermanus Glaserus, beroepen den 1 Januari 1637 en gestorven den 14 augustus 1674. j)us Weremamis Elberus, van Wesel, hier beroepen 1639. Dus Christianus Matthias, beroepen den 9 April 1641 en heeft sijn afscheydspredicatie gehouden den 31 May 1643. Dlis Enoch H√ľtsinger, Doctor, beroepen den 11 Augustus 1643 en vertrokken den 25 Februari 1645. Dus Johannes Schelhammer, beroepen van Heppens, ge¬≠ legen in het ampt Jeveren 1645 en alhier ge¬≠ storven den 9 februari 1699. Dus Henricus Cordes, beroepen den 24 Augustus 1674 en gestorven den 28 Julij 1678. D's Johannes Spitzius, van Haarlem, hier beroepen den 31 July 1678 en gestorven den 1 November 1708. D'' Johannes Colerus, van Amsterdam, hier beroepen den 3 Juni 1693 en gestorven den 19 July 1707. Dus Johann Gerhard Meuschen, van Osnabrug, hier beroepen den 13 October 1707 en vertrokken den 14 Juny 1716, naar Hanau, tot Overhofprediker en Consistorial Raat, aldaar. Dus Hermanus van Garel, van Edam hier beroepen den 21 november 1708 en naar Amsterdam tot pree dicant aldaar, vertrokken den 19 februari] 1719. Dus Godtfried Henrici, van Purmerent, hier beroepen den 8 November 1716 en overleden den 7 mars 1732. Dus Mauricius Maassen, van Haarlem, hier beroepen den 7 April 1719. Emeritus geworden 1737. Dus Johann Godlieb Nambo, van 's Hertogenbosch, hier beroepen den 16 may 1732. D's Johannes Torner, beroepen den 18 April 1737 van Zutphen. DLli Johann Frederik Dikkershof, tot assistent predicant beroepen den 24 april 1737. D's Joh. Conr. Andr. Sander. Cabinet prediker van hare Dooii. Hoogheyt de Hertoginne Douariere van Brunswyck Wolffenb√ľttel, beroepen den 15 April 1756. Dus Casparus van der Heide. Predikant tot Tergouw en beroepen tot predikant alhier op den 7den October 1757. Dus Johann Gabriel Lohmeier. Predikant tot Levern in het Vorstendom Minden, op den 17 Julij 1766, beroepen alhier. Dus Jan Hendrik Vorsiius. Predicant te Alkmaar be¬≠ roepen alhier 16 maart 1769. Dus Frantz Georg Christoph Rutz. Predicant te Breda !) Luthersche Gemeente. beroepen alhier, den 29 december 1774, in plaatze van wylen Dl,s Sander. Dus Esdras Heindrick Mutzenbecher. Accademi prediker en Adjunct der Theol. Facultijt te G√∂ttingen, beroepen alhier den 11 Mey 1775, in plaatse van Dus Vorstius, de welke naar Amsterdam be¬≠ roepen is. Dus Johannes Meijer. Predicant te Zaandam, beroepen alhier den 20 maart 1780. Dus Augustus Sterk. Predicant te Leeuwarden, beroepen alhier, den 22 maart 1780. N.B. beide in plaats van Dus Mutzenbecher. (Wordt vervolgd). Van Rosevelt.') In het Maandblad van 1901, kolom 170, en dat van 1902, kolom 6, werden door ondergeteekende medo deelingen gedaan omtrent het geslacht van Rosevelt en Rooseveli. Van Amerikaansche zijde werd toen op nog oudere gegevens aangedrongen, waaruit de aansluiting van beide takken zou moeten blijken: doch die gegevens lagen toen niet voor de hand. Later heeft de Heer A. Hollestelle te Tholen oudere gegevens verzameld en er mij, op mijn verzoek, mededeeling van gedaan, waarvan ik de resultaten hier wenschte te doen volgen, maar ook nu blijkt de afstamming van den Amerikaanschen tak van het geslacht nog niet, daar er voor den stam¬≠ vader dier tak Clacs Martenszoon van Rosevelt geen plaats is. Een courantenbericht, dat deze van Rotter damsche familie zou zijn, lijkt al heel onwaarschijnlijk, daar eerst later een te Tholen geboren van Rosevelt: Mr. Henricus (zie jaargang 1902, kolom 9) te Rotterdam als substituut-secretaris is gestorven. Wanneer de aan¬≠ sluiting niet te Tholen ligt, zou ik die te Vosmeer zoeken, doch zekerheid bestaat daaromtrent niet. Alvorens verder te gaan, wenschte ik eene misstelling in kolom 8 van 1902 te herstellen, namelijk, dat Josina Goverts ten onrechte als de vrouw van Pieter Jorisse van Rosevelt is genoemd, in de plaats van Pieternella Marinus, terwijl Josina Goverts de vrouw was van zijn zoon Joris Pieterszoon van Rosevelt, wiens huwelijk op 13 April 1647 te Oud-Vossemeer werd voltrokken. Daar de nu volgende gegevens van v√≥√≥r de kerk¬≠ registers dateeren, heeft men voor de aansluiting ten eerste de bijvermelde vadersnamen, waarmede men toch nog voorzichtig moet zijn, om geen gelijkluidende namen te verwarren en kan men verder, uitgaande van de later bekende geboortejaren, met toepassing van den regel, dat er drie generaties in een eeuw vallen, zoowat den tijd van geboorte bepalen, altijd in aanmerking nemende, dat het geboortejaar voor elk individu eenige jaren vroeger of later dan het ge¬≠ middelde kan vallen. Uit dat oogpunt moet men den te vermelden geschatten tijd van geboorte beschouwen. De oudsten der nu bekenden zijn Pieter of Pier van Rosevelt en Claes, geboren omstreeks 1466. Hunne !) Uit een aanteekcning in het dossier Kosevelt in onze bibliotheek blijkt, dat een Claes Roosevelt in 1649 uit Tholen naar Amerika vertrok. In de veiling V. v. Oyen (bij v. Stookum 1898) werd onder N¬į 20√≥'2 een belangrijk dossier Rosevelt geveild. Wie was dekooper? EED.