De Nederlandsche Leeuw, jaargang 31 (1913)

215 216 Corns. Heindrikse van Doirne, Pieter Cornelisz., Gillis Piersz., Dankert Jacobse Vriese, Borssele. Secr.: Mathijs Pieterse. 1536‚?? 1537. Schep.: Jacob Diericx de Bye, Jan Adriaanse Dijc grave, Tenegieter, Mr. Karei Hartsink, Con8. Hendrikse van Doorne, Gillis Pierse, Dankert Jacobse Vriese, Dale, Van Borssele. Secr.: Mathijs Pierse. 1537‚?? 1538. Balj. Marcus Taelman. Burg.: Michiel Jansz. (Horen?), Pieter Cornelis. ' Schep.: Quirijn Piers Arbout, Cornelis Hendriks van Doirne, Marchus Anthonisz., Gillis Piers, Mr. Hendrik de Zwarte, Jacob Sirnons Schoof, Cornelis(se) Valcke. 1538‚?? 1539. Schep.: Arbouts, de Bye, Jan Adriaanse Dijckgrave, Marcus Anthonisse, Borssele, Gillis Pierse, Cornelis Valcke, Mr. Hendrik de Zwarte, Jacob Simonse Schoof. Secr.: Mathijs Pieterse. 1539‚?? 1540. Schep.: Arbout, de Bye, Olifant, Cleeuwendamme, Delft, Valcke, Zwarte, Vrieze. Secr.: Mathijs Pierse. 1540‚?? 1541. Schep.: Jacob Dierixs de Bye, Anthonis JanseZack, Jacob Jansz., Mr. Hendrik de Zwarte, Danker Jacobse Vriese, Gillis Pieterse, Valcke. 1541‚?? 1542. Schep.: Corn. Cornelisz., Pieter Cornelisz., Dankert Jacobsz. de Vriese. 1542‚?? 1543. Burg.: Quirijn Pieterse Erbout. Schep.: Cornelis Jobse Dijkgrave, Pieter Cornelis Barnardse, Jacob Dirkse de Bye, Michael Jansz. Horen, Anthonis Jansse, Pieter Cornelisse, Mr. Cornelis Jansse Landt, Jacob Janse. Secr.: Jan Cornelis Valcke. 1543‚?? 1544. Burg.: Querijn Erbouts, Corns. Hendrikse Deurne. Schep.: Corns. Cornelis Bernerts, Michiel Janse Horen, Jacob Dierixse de Bye, Anthonis Janse Zack, Jacob Jansz. 1544‚?? 1545. Balj.: Francois Pietersz. Burg.: Quyrijn Arbouts, Michiel Jansse Horen. Schep.: Pieter Cornelis Bernerts, Anthonis Janse Zack, Mr. Cornelis Janse Landt, Jacob Jansz., Jacob Adriaansz., Pieter Janse Wildeman, Corn. Claaisz. Secr.: Cornelis Valcke. 1545‚?? 1546. Balj.: Frans Pietersen. Burg.: Quirijn Erbouts. Schep.: Pieter Cornelis Erbouts (Bemards?), Jac√∂b Dierix de Bye, Mr. Cornelis Landt, Cornelis Adriaansz., Jacob Adriaansz., Cornelis Claais, Thomas Matthijsse, Arent Jacobse, Job Wiilemse Goeree. Secr.: Jan Corn. Valcke. (Wordt vervolgd.) Oorsprong van de geslachtsnaam Goekoop. door Mr. P. VAN MEURS. Dit geslacht, dat reeds sedert drie eeuwen te Goeree woont, wordt er aanvankelik vermeld onder de naam Goekoopsant. Jakob Jansz. Goekoopsant, ook alleen Jakob' Jans of Jakob Janse, rijsman, komt in aan¬≠ tekeningen van uitgaven van de boekhouder van de watergang van de haven van Goeree (bouwstoffen voor zijn rekening over 1629 en 1630) ') herhaaldelik met zijn zoon en zijn knecht voor wegens levering van rijs, staken enz., en werkzaamheden. Ook in latere reke¬≠ ningen van de haven ') worden telkens betalingen aan hem verantwoord. De naam wordt daar gedurig tot Goekoop afgekort. Zijn werkzaamheden bestonden in het maken van dammen, het aanaarden van een brug en ander ‚??aardewerk' enz., zodat het duidelik is, dat de naam een bijnaam was die met 's mans beroep in verband stond. Met het geven van bijnamen was men in dit deel van Holland niet zuinig, b.v. Comtebedde, Den Eersamen, Heerschap, De Quaeysteniet. In de gemelde rekeningen vindt men ook Mees Arense Phi nantie en Gilles Schijtboter. Vgl. ook de elders voor¬≠ komende naam Koopal. In een bijlage tot de rekening van de haven van het jaar 16451) wordt onze Jakob Jansz. eerst (in het betalings¬≠ bevel) Goekoop, daarna (in het kwijtschrift) Goekoopsant genoemd, waardoor alle twijfel of met deze namen wel de zelfde persoon wordt aangeduid, vervalt. Het stuk luidt als volgt: ‚??Den gewesen penninghmeester 's jaers XVI0 vijf- en-veertigh van de haven der stede Go√ędereede, Lonis Cornelisz. Kole, believe te betalen aen Jacob Jansz., Goekoop vier gulden thien stuyvers. 't Zal hem, L. Kole, strecken in minderinge van 'tgene hij op zijn lestge daene rekeninge bij slote van dien is schuldigh gebleven aen de haven voorsz., als behoort. Ghedaen 19en Julij XVI0 ses-en-veertigh bij mij, penninghmeester van dezelve haven over desen loo¬≠ penden jare. Somma IIII gis. X sts. L. de Zutter. 1646. Ontfangen bij mij, ondergeschreven, uut handen Lonis' Cole de vier gulden tien stuyvers, aen de ander sijde gestelt. Actum, geteeckent. Dyt merck gestelt bij Jacob 2) Janse Goekoopsant. Dolleman.3) door M. G. J. D. DOLLEMAN. V√≥√≥r 1730 heb ik mij nooit moeite gegeven iets te vinden omtrent mijn geslacht, omdat men mij steeds mededeelde, dat v√≥√≥r 1730 de bescheiden en papieren zijn verloren gegaan. Steller der vraag in Mdbl. XXX, kolom 349 zal uit het onderstaande kunnen zien dat dit geslacht Dolleman een geheel ander is dan de in Nederland's Patriciaat, jaargang 1913, behandelde familie. Algemeen Rijksarchief, aanwinsten van 1013. 2) Hier staat een huismerk in den vorm van een nr.ar rechts ge¬≠ wende 4. 5) Wegens niet terugontvangen van drukproef en copie ongecor¬≠ rigeerd.