137
138
195. Frederik de Graffenried, Eerste Lieutenant met
rang van Capiteijn, onder Zijne Hoogheids Re
gement Zwitsersche Gardes. Als N° 3.
196. L. de Morsier, vaendrig onder Zijne Hoogheids
Regiment Zwitsersche Gardes. Als N° 3.
197. Pieter van den Heuvel, woonende in 's-Gravenhage.
Als N° 9.
198. Jacob Temminck, ontfanger bij de Oostindische
Compagnie ter kamere Amsterdam. Als N° 9.
199. Pieter van Schoonhoven, oud Scheepen van den
Hove en Hoge Vierschaar van Schieland, wonende
te Rotterdam. Als N° 9.
200. Goris Cruijs, koopman te Amsterdam. Als N° 9.
201.- Ringer van Haerselaar, koopman te Amsterdam.
In den omtrek der Stad Amsterdam en in Am
stel] and, te mogen jagen en schieten op klein
lopend en vliegend wildt.
202. Mr Jacob Willem van der Brugghen, Secretaris
van 's-Gravenhage. Als N° 3.
203. Johannes de Veer Schoolhouder in 's-Gravenhage.
In de Jurisdictie van Voorburg en Nootdorp te
mogen schieten op Ganzen, Eendvogels en andere
Trekvogels.
204. Den Capitein Bahij. Als N° 3.
205. J. P. Duchenois Chevalier. Als Nu 9.
206. J. Hendrik Baron Collot d'Escurij, heere van
Niemantvrient, en Raad in den Hove van Holland,
Zeeland en Vriesland. Als N° 83 en daarenboven
nog tot Loosduijnen toe.
207. Coenraad Hendrik Sander. Als N° 47.
208. Mr Coert Simon Sander. Als N° 47.
209. Adriaan Bax, Bailliuw van de hooge Heerlijk-
heeden Alkemade en Vrijenhaak. Als N° 9.
210. Mr Charles Paul Bennelle de LaFaille, advocaat
te Amsterdam. Als N° 9.
211. Jan Pieter Giroijen koopman te Amsterdam. Als
N° 3.
212. Nicolaas Poucaille, student te Leiden. Als N° 9.
213. Ms Adrianus Denik, advocaat in 's-Gravenhage.
Als N° 9.
214. Johannes van Rooijen, Contrarolleur van 's-GraÂ
venhage. Als N° 9.
215. Theodorus van Effen Junior, koopman te AmsterÂ
dam. Als N° 9.
216. Leenderd Hoogendijk, koopman te Vlaerdingen.
Als N° 9.
217. Charles Le Fever, koopman to Amsterdam. Als
N° 9.
218. Jan Jacob Sartoris, koopman te Amsterdam. Als
N° 9. '
219. Pije Rich, koopman te Amsterdam. Als N° 9.
220. Hendrik Baart, koopman te Amsterdam. Als N° 9.
221. Hendrik Grevink, koopman te Amsterdam. Als
N° 9.
222. Simon Blom, Preedikant te Schoorl, in WestÂ
vriesland geleegen om, om het gemelde Dorp,
te mogen jaegen en schieten op klein lopend en
vliegend wildt.
223. Mr Cornelis Wittert, advocaat te Leiden. Als N° 3.
Van Keppel van den Nijenborch (1221â??1400)
door J. R. baron VAN KEPPEL.
(Vervolg XXXI, 115.)
Alvorens omtrent Herman v. K. IX een en ander
mede te deelen zij hier nog even opgemerkt dat in de
oorkonde van 10 Febr. 1343 Herman van Keppel even
als zijn oom Gerhard, knapen genoemd worden en als
borgen gesteld worden, terwijl ridder Heinrich, Herman's
vader getuige is.
IX
Hermannus van Keppel.
De eerste oorkonde waarin ons deze Herman voorÂ
komt is van
1342 Febr. 1. Hermannus de Keppele c. s. Knape waarÂ
borgen den Commandeur en Broederen van het Stein
furter Ordens huis van St. Jan Bapt het erve ter Culen
(Kuhlman) en de Katerstede het Slathus, Ksp Ochtorpe.
Het eerste zegel (Keppel) afgevallen. (Burg Steinfurt
Laarsche Güter S 713.)
1342 Febr. 6. Theodericus de Judenvelde c. s. verkoopen
de goederen in de vorige acte genoemd.
Als Richter Hermannus de Keppele famulus. (Als voren.)
1343 Febr. Reeds vermeld bij ridder Heinrich VII
en Gerhard VIII.
In de hierna volgende acten komt hij voor als Ridder.
1358 Jan. 14. Johan van Solms, heer van Ollenstein,
Claas graaf van Tecklenburg, Otto graaf van Benlheim,
de Domproost van Munster en verdere Ridderschap
waaronder her Herman van Kepie, rittere en Henric
van Kepie, knape, waarborgen onder verplichting van
leisting de lijftucht besproken bij het huwelijk van
Johan van Solms met Ermgard, dochter van Ludolf
van Steinfurt. (Als voren S 626).
1360 Juni 5. Henricus de Galvesbecke verklaart iets
omtrent Wolter van Hopingen c. s.
De eerste der getuigen is Hermannus de Keppele miles.
(Stift Varlar S 399).
1360 Juni 8. Wolter van Hopingen c. s. verkoopen
aan den Proost en Convent in Varlar hunne goederen
in het Ksp1 Legden. Getuige als vorige acte. (Als voren.)
1360 Juni 18. Herman van Keppel, ridder geeft aan
den Proost en het Stift Vreden, Thidericüs, zoon van
Evesken ter Steghe, de zuster van de overledene WalÂ
ler, gezegd van Bueshove en ontvangt daarentegen terug
Ihidericus Nunnijnc, die op zijn goed Trinnencamp
woont. (Anholt Schlosz Stift Vreden S 159).
1368 Mei 13. Verbond van Kanonniken van den Dom
te Munster, Boldewin, heer van Steinvorde, Johan van
Solms, heer van Ollenstein, Ridderschap, Burgemeesters
en Schepenen van Munster, de gezworen Raad der
Bisschops enz. waaronder Her Herman van Keppele,
rïtter. Ong. 17 Zegels waarvan nog 11 voorhanden.
(Burg. Steinfurt Laarsche Güter S 533).
Uit de oorkonde van 24 Sept. 1343 bleek ons reeds
dat èn de moeder, èn de vrouw, èn de dochter van
Herman alle Jutta heetten.
Waarschijnlijk evenwel was zij de eerste vrouw
van dezen Herman, ridder, en is deze in of voor Juli
1353 gehuwd met zijn tweede vrouw. SopJda van den
Corve., waaromtrent wij aan het einde van dit opstel
eenige mededeelingen zullen doen.
