259
260
â?? ^ hont land, liggende aan meerdere perceelen in
de ambachten van Catendrecht, IJselmonde en in
Mijnsheerenland van Charlois, waarvan de andere helft
toebehoorde aan de Barnadieten totWarmond te Leiden,2)
en bovendien nog 4 morgen de stichtster alleen toebe
hoorende in de Wiel. Als eerste bezitter van deze
vicarie werd aangewezen Lenaert Pieter Claesz.
â??die goudsmits, cl e rek,' haar neef. Dezen enden
lateren bezitters van de vicarie werd de verplichting
opgelegd alle weken drie missen met een vigilie van
drie lessen te lezen op het St. Eligiusaltaar. Na deze
drie missen zou een â??misère mei deus' worden gezongen
op het graf van Pieter Claesz. den goudsmid in de
nabijheid van het genoemde altaar. Na den dood van
de stichtster zou de begeving komen aan de(n) oudste
van de kinderen van Pieter Claesz. voornoemd, en
daarna aan de hoofdmannen en de broeders van het
St. Eloys Gilde. De vicarie zou altijd worden gegund
en gegeven aan den oudsten en den naasten van den
bloede van de stichtster vóór een vreemdeling tenzij
zij allen waren gestorven. (Bijlage (III).
De andere vicarie werd den 9en Maart 1504 in de
dezelfde kerk gesticht op het altaar van St. Maria
Magdalena in de kapel van de Heeren Van der Leek3).
De stichtster begiftigde deze vicarie met talrijke renten
brieven , staande op huizen binnen Rotterdam. De eerste
bezitter van deze vicarie zou zijn Heer Jacob Pieter
Claesz. â??goutsmitsz.' priester haar neef. Dezen
en den lateren bezitters van de' vicarie werd de verÂ
plichting opgelegd alle weken drie missen met een
vigilie van drie lessen te lezen op het voornoemde altaar.
Na de mis zou een â??miserere mei deus' worden gezongen
en een droppel wijwater gesprenkeld op het graf van Jan
van der Leek*) en zijne naaste vrienden. Na den dood
van de stichtster zou de begeving komen aan de(n)
oudste van de kinderen van Pieter Claesz. den
goudsmid, en daarna aan den bezitter van den
huijze ende het kasteel van Honingen 5). De vicarie zou
altijd worden gegund en gegeven aan den oudsten en
den naasten van den bloede van de stichtster vóór een
vreemdeling, tenzij allen waren gestorven. (Bijlage IV).
3) ln het archief van het klooster van de Barnadieten te WarÂ
mond is over een schenking van de helft van deze 13 morgen â?? -J
hont niets te vinden (Mededeeling van den heer W. J. J. C. Bij leveld).
Het is opmerkelijk, dat men later heeft gedacht, dat deze 13
morgen â??- hont op zich zelf stonden en niet bemerkt heeft, dat
zij de som vormen van de nagenoemde landen: (4 morgen 4- 1^hont)
4- (2 morgen) -f- (4 morgen) -|- (2 morgen 4- 2 hont) -f- (2 hont -f
11 roedeV ) = 12 morgen 4- hont = 13 moigen â?? hont.
s) De kapel lag aan de Noordzijde van het koor, en de Van
Kralingen hadden daarin een vermaarde grafstede binnen een
voortreffelijke groote betraliede kapelle, waarvoor de naam der Van
Kralingen met gouden letteren geschreven noch te pronk stond
in het jaar 1644. De heer Willem Bastians Schepers, zeeheld,
kocht deze kapel en liet deze tot een begraafplaats inrichten. In
deze kapel was een altaar opgericht van de Heilige Maria MagÂ
dalena. (Zie v. H. en v. B. oudheden v. Zuidholland en Schieland
blz. 398 en 399).
*) Jan van der Leek (van de Lecke) heer van Cralingen
een zoon van Dirk van de Lecke en Gillis Heer Ogiersdr.
van Cralingen (zie noot 7) overleed vóór den 10en Juli 1472,
oud en wel bedaagd. (Zie Ds. J. Craandijk in Botterdainsche HisÂ
toriebladen III' Afd. Genealogische aanteekeningen, I, blz. 510 en
511.), vergelijk H. G. A. Obreen, Geschiedenis v. h. geslacht van
Wassenaer, blz. 193.
5) Het kasteel Honingen lag onder Kralingen. Een beschrijving
met een afbeelding van het huis van de hand van Ds. J. Craandijk
komt voor in Botterdamsche Historiebladen 11» Afd. Geschiedk.
Stukken, I, blz. 549.
Op het altaar van St. Maria Magdalena was
reeds vroeger een vicarie^ gesticht, waarvan in 1504
Gillis, de echtgenoote van Philips van Spangen,
en de dochter van den in de kapel, waarin het altaar
stond, begraven Jan van der Leek, collatrice was°).
Zeer waarschijnlijk waren Geertruid Jacobsdr.
en Gilles vrouw van Spangen met elkaar beÂ
vriend , of waren zij misschien op een of andere wijze
aan elkaar vermaagschapt? ')
Uit de stichtingsbrieven van de twee laatste vicarieën
blijkt nog, dat Geertruid Jacopsdr. gefortuÂ
neerd was.
Betreffende Pieter Claesz. den goudsmid, bezitten
wij de volgende aanteekening d.d. 8 October 1498: 8)
â??Pieter Claesz. die Goudsmit onzeingeseten poorter
â??geweest is langer dan den tijd van XXXII jaren ende
â??noch is.v
Dit zou kunnen wijzen op een vestiging te Rotterdam
omstreeks 1458. Pieter Claesz. was in 1490, naar
ik meen te mogen aannemen, nog een betrekkelijk
jonge man.
Lenaert Pietersz., klerk in 1500, was toen zeker
niet ouder dan 6 jaar. Na één jaar of anderhalf kon
een klerk priester worden (zie Bijlage IV, laatste
alinea). Heeft misschien Claes Jacopsz. de vader
van Pieter Claesz. den goudsmid en de broeder van
Geertruid Jacopsdr. zich met zijn kinderen uit
Leiden metterwoon te Rotterdam gevestigd?
Dat er betrekkingen bestonden met Leiden, meen ik
te moeten opmaken uit het feit, dat Jacob Claesz.
de broeder van den goudsmid een vicarie stichtte in
Onze Lieve Vrouwekerk te Leiden en Geertruid
Jacobsdr. land bezat, waarvan de helft toebehoorde
aan de Barnadieten te Warmond. 9)
Mogelijk was Claes Jacop sz. de vader van Pieter
en Jacob eveneens goudsmid. Het altaar toch, waarop
Jacob Claesz. in 1472 de vicarie stichtte, was eveneens
gewijd aan St. Eligius.
Willem Claesz. de derde van de drie broeders, de
vader van Claes Willemsz. â??den apteecker'
was óf veel jonger dan zijn beide broeders öf kreeg,
toen hij al betrekkelijk oud was, een zoon. Claes
Willemsz. is zeker niet.vóór 1500 geboren.
In 1509 vinden wij in Rotterdam vermeld het huis
van Heer Lenaert Pietersz. aan de Oppert 10),
s) Gillis van de Lecke, dochter van Jan van de Lecke,
(zie noot4.) en ...?.... huwde 1° Floris van Kijfhoek, overleden
in 1472, 2°. Jan van Naaldwijk, 3° HeerFilips van Spangen
(zie Ds. J. Craandijk, Botterdamsche Historiebladen Ille Afd. GeÂ
nealogische aanteekeningen I, blz. 513â??517, vergelijk H. G. A. Obreen,
Geschiedenis v. h. geslacht van Wassenaer, blz. 194.
7) Vrouw Gilles van Cralingen erfdochter van O gier van
Cralingen, heer van IJselmonde en Cralingen (Honingen), (zie
noot 4), vermeld 1388â??1401, (dood 1413), huwt 1388 Dirk van
der Lecke, ridder, vermeld 1383â??1416 (zie noot 4), had behalve
eene zuster Elburg van Cralingen, vrouwe van Starren
burg, gehuwd met Arend van Duvenvoorde, bastaardrfjroeders
en zusters. (Mededeeling van Jhr. Mr. W. A. Beelaerts van
Blokland).
8) Schuldboek 27 October 1489â??1492, fol. 691, Rotterdam. (MedeÂ
deeling van Mr. B. Bijlsma).
9) Over dit land toebehoorende aan de Barnadieten te Warmond
is niets te vinden (zie noot 2).
10) Blafferd van het Huis van de Heilige Geest, te Botterdam,
aangelegd 1509. (Mededeeling van Mr. B. Bijlsma).
