De Nederlandsche Leeuw, jaargang 35 (1917)

271 272 geheel waren verdwenen. Hier is uiteraard de vernieling niet zoo erg als bij rotting van het papier, want als zulk een knaagspoor door den naam Cornelis of Glden barnevelt gaat, en eenige letters verwoest, is het nog wel mogelijk om uit te maken, dat die namen er indertijd zijn neergeschreven. Ook hier, evenals in allo andere registers, die ik in drie dagen raadpleegde, waren echter bruine plekken of gedeelten, waarvan de inkt totaal verdwenen scheen. Dat het overigens volstrekt niet te boud gesproken was, om op grond van die ervaring te constateeren, dat het gansche genealogische gedeelte van het archief in deplorabelen toestand verkeert, bewijst het artikel van den Heer Wijnaendts van Resandt in Maandblad n¬į 6 van dit jaar. Deze heer, die het archief veelvuldig raadpleegde en door zijn talrijke publicaties veel heeft kunnen redden ‚?? al zullen de officieele acten, welke ten grondslag lagen aan zijn artikelen in vele gevallen al vergaan zijn‚??, beschrijft daar ter plaatse, ho√® hij eigenlijk degene was, die den Landsarchivaris op den vaak genoemden toestand wees, en hoe toen ter tijde de randen van alle bladzijden geheel vergaan bleken te zijn, terwijl het middengedeelte goed bewaard was gebleven en hoe vervolgens Dr. de Haan (het initiatief ging dus niet van dezen heer uit) al de ver¬≠ waarloosde boeken heeft doen schoonmaken, alle aan¬≠ getaste en vernietigde bladzijden stuk voor stuk heeft doen herstellen door ze met doorzichtig papier langs de beschadigde randen te beplakken. Welnu, onder de door mij geraadpleegde registers was er geen met beplakte randen of op andere wijze gerestaureerd, terwijl daarin juist het middenstuk was weggerot en de buiten¬≠ bladen goed bewaard wareu gebleven. Hieruit valt dus in de eerste plaats te concludeeren, dat de heer Wijnaendts weer geheel .andere., registers ‚??raadpleegde- dan- ik*,-dat men dus veilig kan aannemen, dat alle registers er even treurig aan toe zijn en verder ‚?? waarop het juist aankomt ‚?? dat er na de schoonmaak, welke op instigatie van den heer Wijnaendts werd gehouden, niet meer uitgekeken is naar die registers. Waren zij op gezette tijden uitgeklopt, nagekeken, had de archivaris er toe kunnen besluiten om de gedeelten, welke den ondergang het meest nabij kwamen, geleidelijk te laten copieeren, dan was nog veel bewaart gebleven, wat nu radicaal verloren is. N'en d√©plaise de optimistische beschouwing van Dr. de Haan handhaaf ik dus volkomen mijn be¬≠ wering,' dat het hemeltergend is, zoo schandelijk als het met het oud-archief te Weltevreden is gesteld. Het rottingsproces, op de griffie van den Raad van Justitie aangevangen, gaat in het archiefgebouw gestadig voort, totdat alleen nog de botten, in casu de banden, zijn overgebleven. En om dit nog zoolang mogelijk tegen te gaan, schreef ik mijn artikel en dienen die registers spoedigst naar den Haag te komen. Dat het overschot hier te lande veel meer geraaad pleegd zal worden dan in Indi√ę, dat het restant der registers hier te lande dus veel productiever zal worden, is zeer zeker ook een gegronde reden om ze naar Holland over te brengen, maar dit is een andere kwestie dan de door mij aangeroerde. Ging het hierom alleen, dan zou ik mij nog kunnen begrijpen, dat Dr. de Haan tegen dat overbrengen bezwaren had, nu het voor de registers echter gaat over de kwestie ‚??to be or not to be', mag ZEd. zich m. i. tegen dat transport niet verzetten en doet hij dit toch, dan ben ik zoo vrij om het gevoel van Dr. de Haan voor genealogische onderzoekingen als apen¬≠ liefde te kwalificeeren. Overigens zou ik op dat gevoel van den Landsarchivaris voor de genealogische wetenschap (ik heb het alleen over dit nog veel geminachte onder¬≠ deel der wetenschap) heel wat kunnen afdingen en nog wel het een en ander kunnen bijbrengen, waaruit het tegendeel blijkt, maar daarover gaat het nu niet. Het gaat om het behoud van de oude registers met hunnen onschatbaren inhoud en daarvoor zal ik blijven strijden, overtuigd als ik ben, dat het een goeden strijd geldt. En al zal er nog wel heel wat water door de diverse oceanen en zee√ęn gaan,' voordat het schip met de oude registers daar over heen zal stevenen, als ons Genootschap mij blijft steunen, dan twijfel ik niet of de strijd zal gewonnen worden. Moge dit oogenblik spoediger aanbreken dan zich thans laat aanzien. Indisch e Archieven . Waar door de artikelen van de Heeren Bloys van Treslong Prins en Wynaendts van Resandt in de nummers van April en Mei zoomede door dat van den Landsar¬≠ chivaris Dr. de Haan in het vorig nummer van dit Maandblad het genealogisch gedeelte van Indi√ę's Oud Archief zich in de algemeene belangstelling mag ver¬≠ heugen, meenden wij goed te doen door ook aan ons geaebt medelid den gep. Luit.-Kol. v. h. O.-I. Leger Ph. F. L. C. Lach de B√®re, die in verschillende Indische archieven met onvolprezen ijver heeft gewerkt en hier¬≠ door een schat van gegevens voor verloren gaan heeft bewaard, te verzoeken zijne ervaringen op dit gebied mede te deelen. De Heer Lach de B√®re was zoo vriendelijk aan ons '‚?Ę verzoek gevolg te geven en deelde ons het volgende mede: In mijn bezit is een particulier schrijven van een oud¬≠ lid van den Raad van Justitie te Soerabaia, die in 1893 in opdracht van den President aldaar een onderzoek moest instellen. Woordelijk komt daarin voor: ‚??Mijne onderzoekingen hebben zich in Soerabaia niet ‚??verder kunnen uitstrekken dan tot ongeveer het jaar ‚??1789. De meer dan treurige toestand waarin de Re ‚??geering de voor de afstamming der verschillende famili√ęn ‚??meest gewichtige papieren hier laat bewaren, heeft ‚??eene collectie stof en vergane brokjes papier doen ‚??ontstaan, waaruit met moeite gewichtige documenten ‚??zijn te construeeren. De doop- en rmwelijksregisters ‚??der Protestanten en Katholieken zijn zoo wat geheel ‚??opgegeten door kakkerlakken, tok√®s en ander gedierte, ‚??dat een vrolijk festijn houdt op de gedenkteekenen ‚??van vroegere geslachten. En toch is volgens de wetten ‚??dierzelfde Regeering een bewijs voor de afstamming ‚??nergens anders uit te putten dan uit diezelfde papieren, ‚??‚?Ęwaarover dergelijke insecten de wachters zijn geworden. ‚??Denk niet dat de kasten, waarin de oude papieren ‚??bewaard worden een-slot bezitten ‚??een houten ronde ‚??tafel is gemakkelijker van de openvallende deuren weg ‚??te schuiven, dan dat een sleutel in het verdwenen slot ‚??kan worden omgedraaid'. ‚?? Nu zijn kakkerlakken en tok√®s !) wel geen papiervreters, men kan zich echter voorstellen hoe schadelijk hunne !) Een in Indi√ę welbekende hagadissoort.