De Nederlandsche Leeuw, jaargang 35 (1917)

131 132 jarig bestaan van bet Koninkl. Nederl. Genootsch. voor Munt- en Penningkunde 1892‚??1917). Amsterdam 1917. 8¬į. (Van den Schrijver) : Andr√© M. C. M. Vogels. Het aloude geslacht Vogels. Amsterdam 1917. gr. 8¬į. (Van den Schrijver.) J. G. A. N. de Vries. Porcelein. (Overdr. uit Else vier's ge√Įllustreerd Maandschrift 1916). gr. 8¬į. (Van den Schrijver.) Jaarboek 1917 der Vereeniging van Nederlandsche Wijnhandelaars (waarin o. m. belangrijke bijdragen over de geschiedenis van den wijnhandel te Amsterdam cn Dordrecht). Amsterdam 1917. 8¬į. (Van het Bestuur van voornoemde Vereeniging). Registe r Jaargan g 1916. Het register op den vorigen jaargang zal den Leden in den loop dezer maand worden toegezonden. De afstammin g van het geslach t van Imbyze van Batenburg, doo r W. WlJNAENDTS VAN RESANDT. Onder de vele puzzles op het gebied der genealogie, naar wier oplossing reeds sedert 10-tallen van jaren ‚?? ja soms meer dan een eeuw ‚?? door velen is gezocht, behoort ook ongetwijfeld de kwestie van de afstamming van het in hoofde dezes genoemd geslacht. Zijn in de laatste jaren ‚?? sedert de genealogie op historischer grondslag beoefend wordt ‚?? al heel wat legendes nopens afstammingen tot de werkelijkheid teruggebracht, zelden zal het zijn voorgekomen, dat zoo fabelachtig geknoeid is geworden om .een obscure loot te enten op een hoog-grafelijk geslacht. Welk gedrukt of handschriftelijk werk van vroeger of later men ook ter hand neemt, de kwestie van de afstamming van het geslacht van Imbyze van Batenburg vindt men er steeds in beschreven op ongeveer dezelfde wijze als J. B. √ŹJiepstap deze- ons in zijn Wapenboek van den Nederlandschen Adel verhaalt. ‚??Guillaume d'Imbyze trad in 1645 in het huwelijk met Agnes Gravin, van Bronckhorst-Batenburg (dochter van Maximiliaan van Bronckhorst, Graaf van Bronck h√∂rst, heer van Batenburg en diens tweede vrouw Anna Maria Storm van Horssen) en verwierf de waardigheid van erfs√©n√©chal van het land Batenburg. Na het sluiten van het huwelijk werd bepaald, dat de oudste zoon van Guillaume en Agnes den naam en het ivapen van Baten¬≠ burg zou aannemen, terwijl de andere kinderenlmbyzes zouden blijven. Die oudste zoon ivas Jan, van Batenburg geboren op het kasteel Batenburg in 1652 en overleden in 1720. Na op 12-jarigen leeftijd zijn ouders'te h√©bben verloren, en onder voogdij^van Johan Belgicus Graaf van Horne, den man zijner moeders halve zuster Johanna van Bronck¬≠ horst-Batenburg gekomen te zijn, werd hy kadet ter zee en maakte als zoodanig aak boord van het schip de Vrede den tocht naar Chatham mede, waarna hij te land diende en als capitein 2 compagni√®n infanterie kommandeerde. Hij was .vier-maal,gehuwd en had 13 kinderen die voor¬≠ zoover volwassen, den naam Imbyze weder aannamen.1' K, T√≥t zoover Rietstap, ',die bij. ‚?Ę'de samenstelling van zijn - genoemd werk ‚?Ę uitsluitend afging op door de 'betrokken families 'hem ter inzage gegeven familie¬≠ papieren. Men vraagt zich echter na lezing van het navolgende af, welke falsaris de familie van Batenburg zooveel leugenachtig geknoei aan de hand heeft gedaan als in het bovenstaande verhaal' blijkt te zijn opgesloten. Bij de samenstelling van het artikel van Imbyze van Batenburg voor jaargang 1914 van Nederland's Adelsboek stonden wij voor de moeilijkheid, waar de stamreeks van dit geslacht-aan te vangen. Immers, aannemende dat het verhaal over 'de combinatie dezer namen juist was of vertrouwen verdiende, dan reeds viel het op, dat over de voorouders van den hooger genoemden Guillaume d'Imbyze zoo verbazend weinig bekend was. Rietstap verhaalt dienaangaande ‚?? op grond van de familie-papieren ‚??‚?Ę het volgende: ‚??Hembise of Hembyse is de oorspronkelijke naam van dit geslacht, allengs veranderd in Imbyze. Het sproot, gelijk het wapen bewijst (sic) uit de Sires de Trazegnies, die wegens hunne heerlijkheid Silly, pairs van Hene¬≠ gouwen waren (sic). Hen jongere zoon bouiude het kasteel Hembise, waarvan de naam op zijn nakomelingen over¬≠ ging. De eerste Hembize dien men vermeld vindt, wordt genoemd in 1293 en 1309. Hij was ridder (doch Rietstap weet zelfs zijn voornaam niet) en had eene Hemricourt tot vrouw. Zijn kleinzoon Jean de .Hembize of d'Imbyze, ridder, komt te Gent voor en tvas gehuwd met Alexandrine Damas. Diens kleinzoon Guillaume d'Imbyze, ridder, heer van Brakele en Zillebeke, gestorven in 1549 trad 'tweemaal in den echt.' Het stuit mij dit fraais nog verder te vervolgen', ik .wijs er slechts op, dat de auteur ons zoo ongemerkt, zonder een enkel jaartal te noemen, van 1293 tot 1549 gebracht heeft!! Genoeg zij,' indien ik nog mededeel,' dat 'de kleinzoon van laatstgenoemden Guillaume d'Imbyze, de vader zou zijn geweest (bij een zekere Diederica van Beuningen) van den Guillaume d'Imbyze, die met Agnes Gravin van Bronckhorst-Batenburg zou zijn gehuwd. Verviel derhalve wegens gebrek aan bewijs-materiaal de stamreeks boven laatstgenoemden Guillaume d'Imbyze, ook het doen aanvangen van dien stamreeks met dezen persoon bleek aan bezwaren onderhevig, welke ik hieronder nader zal toelichten. In de' eerste plaats bleek geen enkele genealogie van het grafelijk huis van Bronckhorst een alliantie met van 'Imbyze te vermelden, ook onder de dochters van Maximiliaan Graaf van Bronckhorst-Batenburg (f 1641) bij zijn beide echtgenooten verwekt, was er geen, bij welke aangeteekend was, dat zij met een Willem van Imbyze huwde,-zij-het ook dat onder die dochters wel een Agnes voorkwam. Aannemende dat de latere kapitein Jan van Batenburg (1652‚??1720) inderdaad een zoon was van Willem en Agnes voornd, dan moest eerder gedacht worden aan een geboorte, buiten huwelijk ver¬≠ wekt, omdat het mij-onmogelijk voorkwam, dat de wettige kleinzoon van een Graaf van Bronckhorst Batenburg , de pupil van een Graaf,'van Hoorne (zijn oom), het nooit verder gebracht zou hebben dan kapitein inde vel e .garnizoensplaatsen van'Zeeu'wsph-Vlaanderen. (Hij zwierf tot zijn overlijdenop 68-jarigen leeftijd-, steeds -rond in garnizoenen als Hulst, Sluis en'Bergen