De Nederlandsche Leeuw, jaargang 36 (1918)

177 1,78 15* eeuw blijkens de Leenregisters va n Culenborg al uiterst, talrijk vertegenwoordigd. In ee n charter va n Culenborg va n 24 Maart 146 9 is sprake va n Gijsberta d e weduwe va n Alart 'van Eek Bartholomeuszoon e n Gheryt van Eek Alardszoon. De eerst e vier generati√ęn va n het geslach t van Balveten , door JHR. MR . W . A. BEELAERTS VA N BLOKLAND. ' D e geregelde stamreeks van het geslacht van Balveren heet aa n te vangen me t ‚??Hendrik van Balveren, knape, die ih 133 2 he t huys te Drumpt opdraagt aa n graaf Reinoud I I va n Gelre to t een open huys', en de eerste vier generati√ęn worden in Nederland's Adelsboek 191 2 aldus opgegeven: ‚?Ę I. Hendrik van Balveren, bovengenoemd, 1332 . II. Jan van Balveren, deken te Zutphen en Raad va n Hertog Willem va n Gelre in 1399, gerichtsman Ne derbetuwe 1400 . III. Evert van Balveren, tollenaar te Zaltbommel 1424 , 1431, schepen aldaar 1430 en 1434, overste-rentmees¬≠ ter va n Gelderland 1426 . IV. Adriaan van Balveren, beleend te Drumpt 1450, in 1460 op ee n riddercedul va n de Bommelerweerd, beleend me t Delwijnen, f v√≥√≥r 1473 , tr. Adriana van den Poll, f v√≥√≥r 1494, dr. van Zeger en Johanna van Weerdenburg. Dat Henrick van Balveren, knape, inderdaad in 133 2 (6 April) zijn huis te Drumpt aan Gelre opdroeg en daar¬≠ mede werd beleend, ka n worden gezien in de door de Vereeniging ‚??Gelre' bezorgde uitgave van het register op de leenaktenboeken (zi e Kwartier van Nijmegen, blz. 525 ) en de opdrachtsbrief is in extenso te vinden in NijhofFs Gedenkwaardigheden (I n¬į 260). Volgens het leenregister is di t leen sedert dien nimmermeer verheven en het komt dan oo k voor op de lijst van onverheven leenen, opgemaakt in 1740 en afgedrukt in het Gr. Geld. Plac. B. (IIIkol. 678). Geven anders de achtereenvolgende beleeningen vaak de noodige bewijzen voor de filiatie, in di t geval ontbreken die en blijft de Henrick van Balveren va n 133 2 een op zichzelf staand persoon ') , waar he t bewijs is gevonden, dat hi j de vader wa s va n Jan van Balveren, di e volgt, blijkt niet en za l we l een raadsel blijven. Jan van Balveren wordt gezegd deken te Zutphen en raad van Hertog Willem van Gelre te zijn geweest in 139 9 en gerichtsman va n Nederbetuwe in 1400. Dit is wel eene zeer eigenaardige combinatie va n functi√ęn 2 ). Voor iemand, di e prijsstelt op eene afstamming niet bevlekt met bastaardij, komt het mij meer gewenscht voor van eeneh eenvoudigen gerichtsman, dan van eenen deken af te stammen, oo k al behoorde deze toto's Hertogen raad. Ter geruststelling meen ik hier echter dadelijk op te moe¬≠ ten doen volgen, da t ik niet geloof, dat een Jan van Bal¬≠ veren i n 139 9 deken te Zutphen en raad van de n Hertog is geweest, zoodat het mij niet mogelijk voorkomt, dat van ') Mogelijk is hi j identiek me t de n HenricJc van Balveren, di e in het oudste Geldersche leenaotenboek, van omstreeks 1326, voorkomt als gegoed onder Avezaat (zie de uitgave van P. N. van Doorninck, blz. 10) . 2) Eene identificatie va n twee dergelijke personen grenst aa n he t ongelooflijke. een zoodanig persoon nog afstammelingen zouden bestaan. De eenige plaats, waar deze Jan van Balveren i n ge ¬≠ noemde hoedanigheden voorkomt, is in den dijkbrief van Tielerwaafd 'van 1399, afgedrukt in het Gr. Geld. Blac. B. (App. kol. 64), maar ik meen, dat deze tekst geen bijzonder vertrouwen verdient en dat in het origineele stuk niet van Balveren heeft gestaan. Aanleiding to t die onderstelling geven mi j de resultaten va n mijn voortgezet onderzoek naar dezen deken en raad. Op de lijst de r dekens van Zut¬≠ phen in ‚??Outheden en Gestichten van 'tBisdom Deventer', door Heussen en va n Rhijn, komt geen Jan van Balveren voor, maar wel: ‚??1402 Johan Baljouw (J. Baillivus)'. D e laatste lezing za l we l de juiste zijn. Heer Johan Baliw o f Baliuwe i s een zeer bekend per¬≠ soon, di e oo k in gedrukte bronnen herhaaldelijk wordt gevonden. Hi j wa s 's Hertogen rentmeester in he t land van Zutphen in 1386 '), pastoor te Afferden en 's Hertogen tollenaar aldaar in 13912) en werd v√≥√≥r 1395 deken van het Kapittel te Zutphen en 's Hertogen raad3), als hoe¬≠ danig hi j in de volgende jaren telkens voorkomt4). Oo k was hi j in ] 395 overste rentmeester 's lands van Gelre 3 ). Dat va n eenen naam als Baliuwe Balveren kan zijn ge ¬≠ maakt, behoeft verder geen betoog en dezen deken kunnen wij m.i. verder buiten beschouwing laten. Rest du s Jan van Balveren, d e gerichtsman va n Nederbetuwe in 1400. Deze heeft inderdaad bestaan en is te vinden Nijhoff, Gedenkw. III n¬į 230. Uit niets blijkt evenwel, dat hij een zoon wa s va n de n Henrick van Balveren va n 1332, of de vader va n na te noemen Evert van Balveren. y Evert van Balveren zo u tollenaar te Zaltbommel zijn geweest in 142 4 en 1431, schepen aldaar in 1430 en 143 4 en overste rentmeester va n Gelderland in 1426 . In he t Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage vond ik eene oorkonde va n 6 Februari 143 4 5), aanvangende: ‚??Universis presencia visuris no s Ever ar dus de Balver eri Wilhelmi e t Wilhelmus Ghiselberti scabini in Zautbom√ęl notum facimus' etc . Hier blijkt dus , dat de Bommelsche schepen van het opgegeven jaar eenen Wi 11 em to t vader moet hebben gehad, zoodat niet alleen de deken Jan van Balveren, di e niet heeft bestaan, Evert's vader niet ka n zijn geweest, maar evenmin de gerichtsman Jan van Balveren va n 1400. Overigens kan ik nog mededeelen, da t aan genoemde schepenacte oo k Everfs zegel hangt en da t het daarop voorkomende wapenschild, hetwelk eenen uit geschulpten rand heeft, eenen leeuw vertoont. Bekend is de bewering, da t het wapen de r Balveren's verandering heeft ondergaan na eene kolfpartij me t de n Gelderschen Hertog, te r herinnering waaraan de leeuw uit het wapen¬≠ schild zoude zijn verwijderd en vervangen door drie kolven in een rek. Wa t va n deze legende is te gelooven, wil ik niet beslissen, maar ik moet er hier toch op wijzen, dat Evert van Balveren al s schepen in 1434 no g den leeuw voerde, terwijl hi j als overste rentmeester in 142 6 reeds met de drie kolven in he t re k zegelde. Laatstgenoemd zegel hangt aa n eene oorkonde va n 9 Augustus 1426 , J) P . N . va n Doorninck, Acten betreffende Gelre e n Zutphen 1376‚?? 1392, blz . 58 . 5) Ibidem, blz . 279 . ') P . N . va n Doorninck, Acten betreffende Gelre e n Zutphen 1377- 1397, blz. 100 , 111 en 21 . ') P . N . va n Doorninck, Acten enz . 1100‚??1404, blz . 10 en 72 , Nijhoff, Gedenkw. III nos 24 1 eh 279 . 5) Charters-Gelderland, ti ansfix aan eene oorkonde van 29 October 1369.