De Nederlandsche Leeuw, jaargang 42 (1924)

169 170 Fig. 2. Zilveren boddrager van Anthonis. 1410. Sch. 3/2. In de 2da helft der 14da eeuw zijn de aanwijzingen van een nationaal symbool onmiskenbaar. Dan wordt het randschrift der munt moneta Brabantie (en dus niet meer ducis Brabantie), dat vóór eene halve eeuw nog sporadisch en slechts éénmaal in verbinding met den leeuw voorkomt, regel. Dan kan er, naarmate het wapen van den souverein samengestelder wordt en do vorstenhuizen elkander opvolgen, van den leeuw als landssymbool van Brabant gesproken worden. De verdere ontwikkeling daarvan is op de munt stap voor stap na te gaan. In 1410 zien wij den leeuw een oogenblik gehelmd verschij­ nen , den zoogenaamden boddrager, waarbij de kop bedekking 's hertogs eigen helm is, getuige de Fran sche lelie als helmteeken. Fig. 2. Enkele jaren later draagt hij het wapen van Philips van St. Pol op de schoft, beide even eigen­ aardige wijzen om de onderhoorigheid van Brabant te Fig. 3. Zilveren halve cromstert van Philips van SI. Pol. 1429. Sch. 7/4. verbeelden. Fig. 3. Nog be teekenisvoller is eene munt van Karei den Stoute, waarop twee naar elkander toege­ wende leeuwen zijn voorge­ steld, die ik voor een aesthe tische verdubbeling van den Brabantschen leeuw houd, een vuurslag in hun midden be­ wakend (fig. 4), do eerste aan­ duiding van het motief der schildhouders, waartoe het Fig. 4 z.iveren dubbel vuurijzer van Brabantsche wapendier in den Karei den Stoute. 1474. Sch. 6/4. r tijd van Philips den Schoone afzakt, wanneer de vuurslag door 'svorsten wapen ver­ vangen wordt. Met zeer be­ paalde bedoelingen verrijst het dan weder op de munt der revolutionaire Staten van Brabant van het jaar 1584. Fig. 5. Vervolgens doen kalmer tijden en de unificatie der Zuid-Neder landsche munt ons den weg tusschen de vele na­ tionale leeuwen der 17do en 18de eeuw bijster worden, tot de goudmunt der Ver­ Fig. 5. Zilveren dubbel Philips schild. 1584. Sch. 1/1. der drie hertogen, die den naam Jan droegen en elkander onafge­ broken van 1261 tot 1356 volgden, afkomstig zijn. eenigde Belgische Provinciën van 1790 terecht helpt. Want deze gouden leeuw heet wel niet meer de Brabantsche, maar de Belgische leeuw, maar is in den grond der zaak de Brabantsche, gelijk straks uit de kleuren van het wapen van het koninkrijk België zal blijken 2 5). Ongemerkt is de aandacht van het Brabantsche leeuw­ symbool op het Brabantsche wapen, dat is den leeuw van Jan I op een schild geplaatst of, heraldisch uit­ gedrukt, een leeuw van goud op een veld van sabel, gevallen. Het oudste voorbeeld daarvan, al zijn de kleuren niet aangegeven, is eene munt uit den tijd van Fig. 6. Zilveren munt van Johanna. 1387. Sch. 3/2. het weduwschap van Jo­ hanna, dus na 1383 gesla­ gen en het beste eene andere WWH»m SSiïtaSLw'ë.tet wapen der hertogin als dat van Brabant voor, naast elkander en bijeen gehou­ den door een adelaar, welke m.i. moeilijk een andere dan die van het H. Roomsche Rijk kan zijn, alles met het randschrift Moneta de Bra­ bantie. Déze munt geeft dus in beeldschrift hare bestem­ ming duidelijk weder: gangbaar in Brabant, geslagen onder de regeering van hertogin Johanna als weduwe, welk land ressorteert onder het Duitsche Rijk, waaraan men nog de bijzonderheid kan toevoegen, dat Brabant bij testament aan den Duitschen Keizer, haren zwager, vermaakt is en dat Philips de Stoute, graaf van Vlaan­ deren, over dezen muntslag zoo verstoord is geweest, dat Johanna hem heeft moeten intrekken. Alles samen­ genomen is dit muntstuk het beste bewijs van het landswapen van Brabant26). De Fransche revolutie heeft met de laatste resten der middeleeuwen het Brabantsche wapen niet .ver­ mogen weg te vagen. Niet zoodra zijn in de Zuidelijke Nederlanden de keizerlijke troepen verdreven, of dat deel van het voormalig hertogdom, dat van ouds onder Spanje, later onder Oostenrijk was blijven behooren en ingelijfd werd bij het koninkrijk der Nederlanden, neemt als provincie Zuid-Braband het leeuwenwapen weder aan. De Belgische opstand brengt hierin de eenige ver­ andering, dat Zuid-Braband met weglating van het praedicaat Zuid eene provincie van het koninkrijk België wordt, welke provincie nog heden het Brabantsche landswapen voert. Sedert den tijd van Philips den Goede, die meesten­ tijds te Brussel resideerde, is Brabant het middelpunt der Nederlanden, nadat de loop van den 80 jarigen oorlog het Noordelijk deel een eigen weg had doen inslaan, der Spaansche, later Oostenrijksche bezittingen de-par-deca. Het behoeft dus niet te verwonderen, dat de Brabantsche leeuw steeds in populariteit gewonnen heeft, dat de republiek van 1790, gelijk wij reeds boven zagen, hem als Belgischen leeuw overneemt en dat het- 56) De bedoelde afbeeldingen zijn te vinden in het reeds geciteerde ?werk van De Witte. Het is met dezen leeuw gegaan als met dien van Holland, welke die der Generaliteit geworden is. ,G) De Witte torn. I pag. 167 seq. en plaat XX no. 420.