299
300
tich, des vridagb.es vore sente Cecyliendaghe, ghescreven ende
ghegheven.
Vidimus zonder datum, arch. Noorderdepartement, Rijssel, B
1444 (Godefroy 1385.) Onuitgegeven.
BIJLAGE II.
1276, 20 November.
Wi Diederic here van Teyünghe maken cont alle den ghenen,
die dese lettren soele siin ofte horen dat wi Florense van Hene
gouen up hebben ghegheven in vrien eyghene onse steenhues
ende ons woninghe te Waremonde, die wi daer hebben ende
houdende siin, met tien morghiin lants, die an dat hues ligghen
bi der oestside, eade daer of siin man siin worden ende ontfaen
hebben van hem te reghten lene in alsulke maniere, als hier
na bescreven es. Dat es te vorstane dat Willem, onse ouste sone,
na ons dat houden sal in rechten lene van Florense, ende Willem
vort suele verlenen Janne sinen broeder. Wart oec dat sake,
dat Willem ende Jan storven sander witthagthic kint, ende wi
elghenen sone nelieten, soe sout comen up onse ouste doghter,
alsoe wart dat soe storve sunder witthagthic kint, soe sout comen
up den ousten ende horen naesten van der svartsiden, die hore
arfname soude siin, niet te bestervene binnen aghtersusterkint.
Dit hues ende dese woninghe, die vornomt siin, sal ghereet siin
Florense ende sinen vrienden te sinen dienste ende te sinen wille
of ende up te varne ende te wesene, als up siin rechte eyghin,
dat men van hem te lene hout, ende dit sol siin sunder allen
quaden archlust ende sunder quaden verpel ende sunder jeghen
den rechten here van den lande. Vort oft gheviele dat Florens
storve sunder witthagthic kint eer myn vrouwe siin moeder,
soe selen wi dit hues houden van mire vrouen sire moeder ghelyc
vorsproken es gheliic van hem, ende na mire vrouen of na hem,
storve hi sunder wittachtich kint, solen wyt houden ende onse
ofcomen als ghesproken es, van sinen broeder, die houden sal
thues ter Rivieren, of van des broeders witthagtic arfnamen.
Omme dit stade ende vast te blivene, soe vorbind ic mi in dese
jeghenwordighe lettre, gheseghelt met mins seis seghel. Dese
lettre waert op die tied, dat men scref ons Heren jaren dusent
tweehundert ses ende seventhie, des vridaghes vor sente Ceci
liendaghe ghescreven ende gegheven.
Oorspr. perk. Staats-archief Bergen in Henegouwen. Zegel
verdwenen. Lacunes aangevuld uit een vidimus van 1305, beÂ
waard in evengenoemd archief.
Onuitgegeven.
BIJLAGE III.
1276, 22 Nov. «7)
Nous, Thieris sires de Thellingues, f aissons savoir a tous que
Florens de Heynau nous a paiét et délivrét. chienquante livres
de hollendois, en rabaut de deus eens livres, de quoi il nous
denau quautre plaiges. En tiesmoignaige de cuitanche nous
Thieris desusdis en avon's adit Fiorent denées nos pressentes
lettres, saiellées de no saiel, 1'an mil deus eens chyenquante sis,
le iour sainte Chechille.
Onuitgegeven stuk. Orierineel verloren.
Afschrift archief Noorderdepartement te Rijssel, in perkamenten
rol: B 398 (Godefroy 1085 bis), stuk N°. 7, ook geïnventariÂ
seerd onder B 1444. Waarschijnlijk vertaling.
(Slot volgt).
Familie-aanteekeningen van Vhelen,
medegedeeld door P. L. THIEBENS.
In het Maart-nummer van ons Maandblad plaatste ik een
vraag naar dit geslacht. Uit de ontvangen correspondentie
67) Het zou mij te ver voeren hier uiteen te zetten waarom het afschrift
het stuk, -waarschijnlijk met opzet, tot 1256 terugbrengt.
blijkt mij dat meerdere leden van ons genootschap zich
voor de van Vhelen's interesseeren, in verband waarmede
het wellicht van eenig belang is het onderstaande, voorÂ
komende in het familiearchief-Heldring te Amsterdam, te
publiceeren.
Dinsdag den 23en September 1669 ben ik Mr. Hendrik
van Vhelen advt., met mijn lieve huysvrouw Jufïr. Cornelia
du Pont in de Nieuwe Kerk te Amsterdam getrouwd met
spelen des orgels in de Kerk en stads trompers in te huys
ryden.
Op den 26on dag van Augusti 's jaars 1660 is myn lieve
huysvrouw des agtermiddaghs tusschen 4 en 5 uren zeer
genadelyk verlost van ons eerste kind, een dogtertje, het
welke op den 29eQ daeraen volgende door Gods GoedertieÂ
ren Zeegen den heyligen doop en de naem van ^oftanna
Clara ontfangen heeft inde Grote Kerk alhier in 's Hage:
Peter de heer Steven du Pont, coopmau tot Amsterdam in
wiens plaatse myn broeder Monsr. Cornelis van Vhelen te
doop heeft gestaen. Meters Juffr. Clara de Visscher wed.
wylen de Hr. Elias de Raat, raet en rentmeester van de
stede van Cuylenborg en juffrouw Catharyna van Vhelen.
Tusschen den 3 en 4 August des Vrydags s'nachts tusÂ
schen half twee en twee uren is myn lieve huysvrouw geÂ
nadelyk van onse eerste soon verlost, de welke op den 5
dito doorGodes genadenden heyligen en Christelyken doop
ende den naem van Jan ontfangen heeft in de grote Kerk
alhier in 's Hage anno 1663. Peters Monsr. Cornelis van
Vhelen ende heer Willem Rosemalen, der Medicynen doctor
en borgemr tot Heusden in wiens plaatse ging de Hr. HenÂ
drik van Ommeren borgemr tot Bommel en gedeputeerde
inde Staten Generaal. Meter Juffr. Cornelia de Visscher
huysvrouw van den Hr. Willem de Visscher coopman te
Londen in Engeland, wiens plaatse supplieerde Mevrouw
Geuske Bruynen, huysvrouw van den Hr. Hendrik van
Ommeren, burgemeester en gedeputeerde als boven.
Op den 16eQ October 1665 Vrydaags morgens ten tien
ure is myn lieve huysvrouw seer genadelyk verlost van
onzetweede dogterdieop den 18don dito door Gods genade
den heyligen Christelyken doop is ingelyft in de groote
Kerk alhier en geheten Arendina: Peters zijn geweest de
Hr. Adv. Mr. Rochus, naderhand pensionaris van de stad
Dordrecht en de Hr. Commys Otto Viglius, van wegens
Friesland gedeputeerde inde Generaliteits rekenkamer,
welke beiden van huys zynde, heeft de heer Advocaat
Splinter gesupplieert de eerste plaats en myn broeder de
advocaat Mr. Cornelis van Vhelen de tweede, Meters zyn
geweest Mevrouw Geuske Bruynen, hvysvrouw van den Ed.
Heere van Ommeren burgemr. der stad Bommel en gedepuÂ
teerde in de hoogmog. Staten Generaal der Vereenigde
Nederlanden, Juffrouw Eebecca Manrou huysvr van den
heer â??, Coopm. tot Amsterdam, welke beiden mede absent
synde is de plaatse van de eerste gesupplieert en waerge
nomen by myn suster Catharyna van Vhelen en de twede
by Juffrouw Anna Clether huysvr. van de voorn. Commis
Otto Viglius, naderhand gedeputeerde in de Generaliteyts
rekenkamer.
Tusschen den 17 en 18 Augusti 1669 synde tusschen
Saturdags en Sondags een wynig na 12 uren is geboren
ons vierde kind, synde onse twede soon, dewelke op den
voors. 18 Aug. des namiddag's is gedoopt in de grote Kerk
alhier in 's Hage van Dominus Siggerant en geheten HenÂ
drik van Vhelen. Peters zyn geweest Neef de syndicus der
