De Nederlandsche Leeuw, jaargang 44 (1926)

381 382 Lakke. (XLIV, 348). Egbcrl Lukkc, 29/1 1763 Schepen van Hasselt, voert ‚??een springend hert op grond'. Helm¬≠ teeken: een uitkomend hert, volgens zijn zegel met naam als randschrift. (N.B. het hert in schild en helmteeken.is op dit zegel omgewend.) Eotterdam. R. T. MUSCHART. Lichtenvoort. Gevraagd de ouders en de geboorte¬≠ datum van Jansonius Martinus Lichtenvoort (Kap*), 6 Apr. 1759 te Zalt-Bommel gehuwd met Petronella de Virieu. 's-Gr. 0. D. v. H. Mor van Dashorst. (XLIV, 348). Door een on¬≠ achtzaamheid mijnerzijds, die ik zeer betreur, en waar¬≠ voor ik de Redactie mijne verontschuldigingen aanbied, heb ik in de korte mededeeling over bovengenoemden schilder (dien ik bovendien meer als Anthonis dan als Anthony aangeduid vond) een onjuistheid beweerd. Ik Ik zeide daar dat Mor (alias Moro) niet slechts hoogst¬≠ waarschijnlijk het portret van Johannes Ambrosius maar ook wellicht dat zijner vrouw Maria Jansz. schilderde (hetgeen mij nog steeds volstrekt niet onmogelijk lijkt) maar.liet daarop volgen, dat ik een merkwaardige over¬≠ eenkomst meende opgemerkt te hebben tusschen de tee¬≠ kening naar het portret dier vrouw van Ambrosius, voorkomende in het Album de Moor, en het schilderij eener ‚??femme inconnue' onder de werken van Anthonis Mor. Hier nu heb ik een vergissing begaan Het portret in het Album de Moor, dat de bedoelde gelijkenis ver¬≠ toont, is niet dat van Maria Jansz., maar van Anna Jansz Andriesse, die in het onderschrift onder de teeke¬≠ ning wordt aangegeven als de echtgenoote van Jacob de Moor Sr., geboren 1507, dat is dus van den man, die zelf de sprekende gelijkenis vertoont met den schilder (ook van zijn portret) Anthonis Mor, zooals dat het beste blijkt uit het zelfportret van dien meester, dat hangt in de Uffigi te Florence. Dat het portret der ‚??femme inconnue', zooals wij dat zien bij Hymans 1'Oeuvre d'Antonio Moro, Pl. 46 bl. 134, het origineel is, waarnaar het oorspronkelijke tee keningetje in het Album Backer en dus de daarnaar weer gecopieerde teekening in het Album de Moor is gevolgd, blijkt behalve uit de treffende gelijkenis boven¬≠ dien uit een aanteekening in het Album Backer. Daar staat nl. dat Anna Jansz Andriesse op haar schilderij aan haar vinger een signetring vertoont met het wapen de Moor. Nu reikt de bewuste teekening niet verder dan tot aan de borst, maar op het schilderij door An¬≠ thonis Mor, dat een zittende vrouw tot aan de knie√ęn voorstelt, vertoont zich aan de linkerhand een zegelring. Er is echter nog meer. Onder de werken van An¬≠ thonis Mor, die in Hymans' Monographie gereproduceerd zijn, komt nog een vrouwenfiguur voor, Pl. 23, bl. 102, d√Įe met de genoemde ‚??femme inconnue' in allerlei op¬≠ zichten groote overeenkomst vertoont, maar er hoofd¬≠ zakelijk van verschilt door de aanwezigheid van een schoothondje op haar rechterknie. In Hymans wordt het schilderij bestempeld als ‚??portrait pr√©sum√© de la femme de 1'artiste'. Ook zij heeft ringen aan beide handen: als men de wapens daarop zou kunnen ontcijferen, zou dit vermoedelijk een groot hulpmiddel bij het vaststellen, der indentiteit blijken. Voorloopig kan men een der vol¬≠ gende onderstellingen wagen, die elkaar uitsluiten. De tweede lijkt mij voorloopig de waarschijnlijkste. 1¬į. Beide schilderijen zijn portretten van Anna Jansz Andriesse, de vrouw van Jacob de Moor Sr. 2¬į. Het eene schilderij (femme inconnue) stelt Anna Jansz Andriesse, echtgenoote van Jacob de Moor voor, het andere (femme pr√©sum√©e) is dat harer zuster. Mocht het bovendien werkelijk de vrouw van Anthonis Mor zijn (welke vrouw vermoedelijk Mechteld heette), dan was dus Jacob de Moor zijn zwager. Genealogische gegevens voor de gegrondheid dezer onderstellingen ontbreken mij tot nu toe geheel, behalve het bovenvermelde over het wapen op den zegelring. Gr. J. F. v. B. Mor van Dashorst. (XLIV, 348). Mor is een toen¬≠ malige, zeer bekende Veluwsche voornaam, welke vooral in het scholtambt Nijkerk veelvuldig voorkwam. In dit scholtambt lag ook Dashorst. Anthony Mor van Dashorst wil dus zeggen Anthony, zoon van Mor van Dashorst en waar Mor een voornaam is (onder ander als familienaam Morren verstard) heeft hij niets te doen als zoodanig met den familienaam de Moor. de St. W. W. v. R. Noor(d)t (van der). Gevraagd het wapen van der JSioor(d)t. Deze familie (R. K. en Prot.) woonde in de 18e eeuw in Overijssel (Almelo, Zwolle, enz.). Op 18 November 1793 overleed te Zwolle Derkje van der Noordt, huisvrouw van Gerrit Jan O rink. Amsterdam. A. B. VAN DER VIES. Piggen-Legrue. (XLIV, 350). Een zegel van ge¬≠ noemden Johan Piggen ben ik nimmer tegengekomen, doch wel de zegels van eenige Bredasche schepenen van dien naam, en wel van Ghijsbrecht Pigghen 26/7 1438, Michiel Piggen 19/6 1556 en Dionys Piggen 13/4 1615. Deze drie schepenen voeren ‚??links boven en beneden een schaapskop en in een vrij kwartier een beurtelings gekanteelden dwarsbalk'. De dierenkoppen zijn positief geen zwijnskoppen, zooals de Nederlandsche Heraut 1887 pag. 119, Taxandria 1909 pag. 49 en 51 en het Stam- en Wapenboek ons vertellen. Rotterdam. R. T. MUSCHART. Rijckevorsel (van)-Bernagien. Volgens Nederland's Adelsboek stamt het geslacht van Rijckevorsel af van Cornelis Martensz. van Rijckevorsel en van Cornelia Bemagien (f Breda 1599), dochter van Claes Hendrick. Deze mededeeling stemt overeen met en is vermoedelijk ontleend aan de in het Algemeen Nederlandsch Fami¬≠ lieblad 1883, n¬į. 66, opgenomen genealogie der Rijcke vorsels, waarbij als .bron het begrafenisregister der Mar kendaalsche kerk te Breda wordt opgegeven, krachtens welk register in 1599 in die kerk begraven werd ‚??Cor nelie Claes Henrick Bernaigedr., de huysfrouw van Cor¬≠ nelis Mertens'. Ik zou de vraag willen stellen, of er nog andere bewijzen bestaan, dat Cornelia Bemagien de vrouw is geweest van den stamvader Cornelis Martensz. van Rijckevorsel en de moeder van diens zoon Frans. Hetgeen mij aan dat huwelijk heeft doen twijfelen was, dat ik van een Claes Henrick Bernaige nergens