67
68
Hof f man J. Jz., W. J. Geschiedenis van de Familie
Hoffman uit Hachenburg. Deel I, Do Duitsche Familie.
N. i. d. h. Z. pl., 1926. (Gesch, van den Schrijver.)
P o s w i c k, E. Les Comtes de Lannoy-Clervaux, Princes
do Rheina-Wolbeek. Bruxelles, 1904.
(Gesch. van den Heer W. J. .!. C. Bijleveld.)
Die Rechte des Herzoglichen und Prinzlichen Hauses
von Looz und Corswarem auf das Fürstliche Fideicommis
Rheina-Wolbeek. (Berlin, 1904). (Gesch. a. b.)
Beschluss des Königlichen Oberlandesgerichts in Hamm
vom 1. Juli 1911, den Antrag des Prinzen Carl Emanuel
von Looz und Coriwarem, auf Aufnahme in die Listo
der Fideicommiswarter auf das Fideicommis von Rheina
Wolbeck zurückweisend. Z. pl., z. j. (Gesch. a. b.)
Les droits de la maison ducale et princière de Looz
et Corswarem a la succession au fideicommis princier
de Rheina-Wolbeek. Consultation de S. E. Ie Dr. Paul
Laband. Bruxelles, 1912. (Gesch. a. b.)
Les droits de la maison ducale et princière de Looz
et Corswarem a la succession au Fideicommis princier
de Rheina-Wolbeek. Consultation juridique par le Dr.
Joseph Kohier. Bruxelles, 1912. (Gesch. a. b.)
(Kohier, J.) Die Erbansprüche des Herzoglichen
und Prinzlichen Hauses von Looz und Corswarem auf
das Fürstliche Fideicommis Rheina-Wolbeek. Berlin, z j.
(Gesch. a. b)
Laband, P. Zweites Rechtsgutachten über die ErbanÂ
sprüche des Herzogs von Looz und Corswarem auf das
Fürstliche Fideicommis Rheina-Wolbeek. Berlin, 1913.
(Gesch. a. b.)
Pos wiek, E. Kurzgefasste Widerlegung für den
Grafen von Lannoy-Clervaux, Sohn S. D. des Grafon von
Lannoy-Clervaux, fünften Fürsten zu Rheina-Wolbeek,
Erblichen Mitgliedes des Preussischen Herrenhauses, des
vom Geheimrat Paul Laband eingereichten Gutachtens
zur Begrüudung dor Erbschattsansprüche des Herzogs
Karl Emanuel von Looz-Corswarem auf das fürstliche
Fideicommis von Rheina-Wolbeek. Brussel, 1913.
(Gesch. a. b.)
Balzer, E. Die Freiherren von Schellenberg in der
Baar. Hüfingen, 1904.
(Gesch. van den Heer Joh. Euys.)
De herkomst van het geslacht van Beeftingh,
door Jhr. Dr. W. A. BEKLAERTS VAN BLOKLAND.
Van het geslacht van Beeftingh verscheen in 1878
eene genealogie door J. H. Scheffer in diens Nederlands
Familie-Archief, welke genealogie aanvangt met Willem
van Beeftingh, zoon van Johannes van Beeftingh en
Maria van Berkel, die huwde met Adriana Goedgelulc,
dochter van Jacob Goedgelulc, overleden te Delft 2 April
1697 en aldaar begraven in de Oude Kerk.
kinderen, welke Gerrit geboren moet zijn tusschen 1650
en 1660, hetgeen den heer van Maanen aanleiding gaf
de mogelijkheid te opperen, dat Gerrit een zoon is
geweest van den door Scheffer gestelden stamvader
Willem van Beeftingh.
Aanvullingen of verbeteringen van die genealogie zijn,
voor zoover mij bekend, nimmer gegeven. Wel heeft de
heer W. van Maanen in den Wapenheraut van 1908
(zie blz. 124) eene fragment-genealogie van Schaak medeÂ
gedeeld, waarin melding wordt gemaakt van Gerrit van
Beeftingh, getrouwd met Reyertje Kraan, en hunne vier
Van de vier kinderen van Gerrit van Beeftingh en
Reyertje Kraan vermeldt de fragment-genealogie van
Schaak niets meer dan dat eene dochter gehuwd was
met Diik Looge, Burgemeester (onbekend waar en wanÂ
neer) en een zoon Frangois van Beeftingh â??an de secretary
collationist op Batavia'. Ook omtrent Gerrit zelf is
verder niets bekend. Eenige nadere mededeelingen schijÂ
nen dus wel gewenscht, te meer indien die mede aanÂ
gaande de herkomst van het door Scheffer behandelde
geslacht van Beeftingh eenig verder licht kunnen verÂ
spreiden.
In gedrukte bronnen is over genoemden Gerrit van
Beeftingh meer te vinden en het verbaast mij daarom
eenigszins, dat daarop blijkbaar nimmer de.aandacht is
gevallen, te meer daar sedert de in ons Maandblad in
1916 verschenen Aanteekeningen uit de oude registers van
ondertrouw van Amersfoort, medegedeeld door den h6er
Wijnaendts van Resandt, bekend is, dat van BeeftingKs
te Amersfoort hebben gewoond en dus een onderzoek
in die richting voor do hand lag.
Uit het tweede deel van v. Beramel's Beschrijving
der stad Amersfoort (1760) dan blijkt, dat Gerrit van
Beeftingh 19 April 1703 werd gekozen tot Raad der
stad Amersfoort (blz. 982). De stad was toen grootelijks
in beroering tengevolge van het overlijden van den
Koning-Stadhouder en Gerrit van Beeftingh behoorde
tot de oproerlingen en werd door de Staten van Utrecht,
die in deze ingrepen, uitgesloten van de amnestie, afgeÂ
kondigd voor die van Amersfoort 16 October 1703 (zie
Groot Utr. Plac. Boek I blz. 741). Al te tragisch moet
dit echter niet worden opgevat, want Gerrit van Beeftingh
heeft in vervolg van jaren nog met eere te Amersfoort
gewoond en zijn wapen (hetzelfde als dat der Beeftingh's
te Delft) prijkt nog heden in de St. Joriskerk aldaar,
waarvan hij regent was in 1713 (zie v. Bemmel I,
blz. 128).
Eenmaal dit spoor van Gerrit van Beeftingh gevonden
hebbende, valt het niet moeilijk verdere gegeven s aanÂ
gaande hem en zijn gezin te verzamelen. Een onderÂ
zoek in de notarieele protocollen van Amersfoort leerde
mij, dat Gerrit van Beeftingh, toen aangeduid als toebacks
cooper, met Reynera Craanen, zijne vrouw, 20 Mei 1683
hun testament maakten vóór notaris G. van Swijnevoort1).
Waarschijnlijk zijn zij niet lang te voren getrouwd,
maar de bovenaangehaalde aanteekeningen van den heer
Wijnaendts van Resandt geven dienaangaande geen licht.
Evenmin wordt daarin gevonden do ondertrouw van
hunne dochter met den Burgemeester Dirk Looge, geÂ
noemd in de fragment-genealogie van Schaak. De
juistheid van deze laatste blijkt echter ontwijfelbaar uit
de notarieele protocollen. Daarin toch komen voor de
huwelijksvoorwaarden van Diderick Loogen, raad in de
vroedschap van Amersfoort en zoon van wijlen den
schepen Anthony Loogen en Magdalena van Ruyven, en
joffrouw Ehbea van Beeftingh, dochter van Sr Gerrit
van Beeftingh en Reyniera Craanen (beiden nog in leven),
') Rijksarchief Utrecht, Rechterlijke archieven n° 1684a.
