De Nederlandsche Leeuw, jaargang 46 (1928)

67 68 Reeds in de 149 eeuw had een tak van het geslacht van Keppel zijn bijzonderen bij- of toenaam aan d«ze bezitting ontleend en werd van Keppel van der Welden beeck, Keppel gend Woolbeek of Woolbeke gend Keppel ge­ noemd. Bijna vijf eeuwen hebben onafgebroken leden van dit geslacht de Woolbeke bewoond, zij voerden steeds het volle wapen van Keppel. De eerste bewoners kennen wij voornamelijk uit de Geldersche Leenregisters n.1. uit de beleeningen van den Hof te Mingfeld. Zie Oelre, Leenreg. Zutphen, blz. 104. Dit Mingfeld of Mencvelde was gelegen in den ker­ spel van Lochem, buurschap Swijpe, thans onder de gemeente Laren behoorende, en achtereenvolgens zijn de Koppels daarmede tot het jaar 1761 beleend geweest.J) De eerste Keppel, dien wij met den toenaam van der Weldenbeeck aantreffen, is tevens de eerste die met Ming­ feld beleend werd. Derk van Keppel, Heer van Verwolde was ridder 1356, Raad van Gelre 1358, Richter van Veluwe 1359/60. Komt voor met zijn zoon Derk 1362-63. Leeft nog 1368. Zijne vier zonen Derck, Reijnold, Wolter en Henrick teekenen den Landvrede van 1375, hunne zuster Arnolda huwde Heer Henrick van Dorth en de derde zoon Wolter volgde zijn vader in Verwolde op. De oudste echter, even­ als zijn vader Derck geheeten, komt daarna voor met den toenaam van der Weldenbeeck en is dus wel als de eerste Heer van de Woolbeek en als de eerste leenman van Mingfeld aan te merken. Hij, met zijn vader, renuntieren aan alle brieven, die zij hebben van Hertog Eduard 1362. Hij doet zelf eed en is dus meerderjarig. Copie v. Spaen. Hij, met zijn vader, bevredigen zich met den bisschop van Utrecht en zij beloven hem uit hun huis te Verwolde, noch uit andere huizen, niet te zullen beoorlogen dan alleen om den Hertog van Gelre te helpen. 1363. Mieris. In 1375 teekent.hij mede den Landvrede. In Oelre, Leenreg. Zutphe.n, blz. 104 vindt men: ??Den hoff te Mingfelt ten Zutphenschen leen heeft ??ontfangen Derck van Keppel geheiien van der Welden­ beeck. A° 1379. ??Idem tuchtigt sijn vrou Mechteld an den hoff to ??Mencvelde met torve, twijge, aller nothemer slacht ende ??tobehoren. A° 1399.' Hij bezat in 1395 den Hof te Swijpe dien hij in leen gegeven had aan Herman van der Mersche. 2) In het Archief van Zutphen berust de hier volgende brief n°. 238: ??Ic dyderic van Keppel, knape, doe kont en te weten ??alle denghenen, die dessen brief sullen sien of te hoeren ??lesen ende tughe claerlike, dat ic quijt ghescholden hebbe ??en mede quijt schelde met dessen teghenwoerdigen ??apenen brieve Stijnen, die Reijneken Scaden dochter ??is, van al sodanen wastijnsinghen rechte alse sij mij ??toebehoeren plach, also dat ic daer en gheen recht ??meer an beholden en hebbe, noch mijne nacomelinghe. ??Ende also dat der Stijnen voerscr. wenden en kijeren ') Menkfeld of Minckveld beteekent ??Aan de maan gewijde plaats'. In de gesohiedenis dezer streken vinden wij verschillende hoven vermeld, o. a. den Hof te Mingfeld als plaatsen waar nog lang de rechtspraak werd gedaan. H. W. Heuvel. Berkél en Schipbeek, bh. 5 en 70. ') Zie: Nicht Staatliche Archive der Prov. Westfalen, Munster, Kreis Warendorf, Haus Bornholz, Archivalien' der verausserten und fremden Qüter, p. 299, a. 197. ??mach an wijen en waer dat sij wil sonder wedersegghen ?? en sonder arghelist. In oerconde diere waerheijt ??so hebbic Dijderic voerscr. mijnen zeghel an desen brief ??ghehanghen. Ghegheven int jaer ons hen dusent drije ??hondert een ende tachtentich op sente lucien avont. ??Aanh. zegel in groen was. ??Op de achterzijde staat: ??Manumissio Stinen de ??Krincken van haren wastinschen rechte A° 1381.' 1 Maart 1385 is Dijric van Keppel, anders geheten van der Woltbeke, huider voor Armegard van Hopinghen bij de beleening van goederen te D'iepenheim. Reg. & Rek. Bisd. Virecht Mr. S. Muller Tz. blz. 790. In de Acten van het Schoutampt van Lochem vindt men n° 283: 21 April 1393. Verklaring van Dideric van Keppel genaamd van der Woltbeke, dat hij ontvangen heeft.het TJterdincksslach in het kerspel Lochem, buurschap Laren, in erfpacht van Willem Uterdinge en diens zoon Henric. Met zegel van Dideric van Keppel, 3 schelpen 2 : 1, randschrift afgebroken, geen helm of helmteeken. Hij is dood 1405, daar toen zijn zoon in de beleening van Mingfeld opvolgde. Deze zoon, de eenige ons be­ kende, was Derck van Keppel geh. van der Woltbeke. Het Leenregister vervolgt aldus: ??Idem geheiten van der Woltbeke ontfing den hoff te ??Mynguelde in den kerspel van Lochem, met eenen perde ??te verhergewaden, tot eenen dienstmansgoede. A° 1405. ??Idem geheiten van der Wouldebeke ontfinck. dat goet ??geheiten Minckvelt met sijnen tobehoren, gelegen in ??den kerspel van Lochem, in der buyrschap van Swijpe ??tot eenen sadelgoets rechten. A° 1424.' Wat nu de reden is waarom het van dienstmansgoed tot een zadelleen is overgegaan is ons niet bekend. Dirc van Keppel geh van der Waeltbeke teekent mede het verbond der Landschap den 26 July 1419, des woens­ dags na St. Jacobsdach. Nyhoff. Ged. II 374. Slichtenhorst 189. Nog vindt men in het Leenboek van hei huis Bergh fol. 1451237: ??Hhl417. Beleend met den Zidenhof te Mengvelde, buur­ schap Zwijp, kerspel van Lochem to 5 marken Deric ??van Keppel van der Woilbeke.' Hiermede was derhalve de hof Mingveld met een nabij­ gelegen hofstede vergroot. De naam van de vrouw van dezen Derk van Keppel is ons niet bekend, doch vermoedelijk was zij eene van Buerse, omdat zijn zoon Lijse van Buerse tante noemt. Hij stierf denkelijk tusschen 1424 en 1429, doch in ieder geval vóór 1438. Wederom is ons slechts één zoon van hem bekend en weder een Derk van Keppel gend Woelbeke. Hij werd met Mingfeld beleend A° 1429 en bij eeds­ vernieuwing in 1466. 1431.6 Februari. Beleening van Johan die Koperslegher door Steven den Wijman, namens Dericlc van Keppel, geheijten van der Woeltbekr, met het halve goet te Gfieve kinck in den kerspel van Bocholt. Zegel af. Leenkamer van den Huize de Woolbeek, Afd. G. van het Arch. Leenkamer van Gelderland. A° 1437. December 14. Dyric van Keppel geheeten Woltbeke getuige bij en zegelt een acte van ruiling van