De Nederlandsche Leeuw, jaargang 47 (1929)

159 160 15 Mei 1820, f den Haag 11 Mei 1901, dr. van Jacobus Jarman en van Anna Catharina Ringeling. Uit dit huwelijk: la. Daniël Jacob Rudolph, volgt ~KIbis. 2°. Johan Hendrik Georg Jordens, geb. BCavia 14 Mei 1859, f Soerabaja 12 Juli 1895. '6' 3e. Anna Maria Catharina Jordens, geb. Batavia 18 Juli 1862, huwt den Haag 23 Aug. 1883 Robert Haroey, geb. Leicester 13 Nov. 1854, sollicitor aldaar, lid van den raad van Leicester, zn. van Joseph Harvey en van Jane Short. XI. Daniël Jacob Rudolph Jordens, geb. Zwolle 29 Aug. 1842, assuradeur, lid van den gemeenteraad van Zwolle, wethouder, president kerkvoogd, f Zwolle 4 Mei 1927, huwt Delft 22 Sept. 1876 Wilhelmina Henriette Elizabeth Molenkamp, geb. Delft 15 Jan. 1853, dr. van Ds. Gerhardus Molenkamp en van Helena Henriette van der Mandele. Uit dit huwelijk: 1°. Ir. Gerrit David Jordens, geb. Zwolle 10 Nov. 1877, huwt den Haag 16 Oct. 1903 Anna Geer truida de Bruijn, geb. Vlissingen 26 Mei 1881, dr. van Hendrik Elias de Bruijn en van Johanna Maria Helena Molenkamp. Uit dit huwelijk: a. Erik Jordens, geb. Rijswijk (Z. H.) 6 Dec. 1904, t aldaar 12 Dec. 1904. b. Wilhelmina Henriette Elizabeth Jordens, geb. Rijswijk (Z. H.) 20 Apr. 1906, f Zwolle 1 Aug. 1921. c. Erik Jordens, geb. Rijswijk (Z. H.) 31 Mei 1908. d. Helena Henrietta Gerardina Jordens, ged. Rijs­ wijk (Z. H.) 2 Apr. 1910. 2°. Helena Henriettte Gerardina Jordens, geb. Zwolle 28 Oct. 1878, f aldaar 7 Juni 1897. Xlbis. Daniël Jacob Rudolph Jordens, geb. Batavia 6 Aug. 1855, kunstschilder, huwt den Haag 14 Aug. 1891 Catharina Wijnanda van Hasselt, geb. Utrecht 14 Sept. 1861, dr. van Alexander Willem Michiel van Hasselt en van Cornelia Georgetta 's Gravesande Guicherii. Uit dit huwelijk: l9. Johan Willem Jordens, geb. den Haag 15 Mei 1892, aldaar f 19 Mrt 1912. 2°. Mr. Cornelis George Jordens, geb. den Haag 23 Oct. 1896, vanaf 1 Aug. 1927 rechtskundig ambtenaar bij de Samarang Joana Stoomtr. Mij. en hare zustermaatschappijen en bij de Vereeniging van Ned. Ind. Spoor- en Tramweg mij0', huwt aldaar 4 Febr. 1928 Maria Cecilia Gerlings, geb. aldaar 8 Mei 1903, dr. van Ir. Johan Theodoor Gerlings en van filisabeth Jndeweij. 36. Elisabeth Wilhelmina Jordens, geb. den Haag 27 Nov. 1903. (Wordt vervolgd). Begravenen in de Broederkerk te Kampen, medegedeeld door C. J. WELCKER. In het archief der gemeente Kampen berust slechts één dun begraaf registertje in quarto van de Broeder- kerk te Kampen, beginnende 24 Juni 1741 en eindigende 25 October 1811 1). In deze leemte aan doodenboekeh brachten achtereenvolgens de artikelen van de hand der heeren C. H. van Fenema in 1913 2) en Mr. P. C. Bloys van Treslong Prins in 1925 3) eenige aanvullingen. Hoewel bekend is, dat het aantal personen, dat in de Boven- en Buitenkerken te Kampen begraven werd, talrijker was dan de dooden, die in de Broederkerk ter aarde besteld werden, wekt het toch verwondering, dat van het oude kerkelijk archief der Broederkerk zoo bitter weinig voor het nageslacht bewaard gebleven is. Iedere vermeerdering van gegevens heft dus een tip van den sluier op, die over de geschiedenis van dit godshuis hangt. In de stedelijke rekening van Kampen van 1594 is het volgende4) ingelascht: „Alsoe die E. Raedt belieft „heft, dat henvorder die reparatie der Broderkercke, „bij den Cameners ende Rentmrs. geschien sall, ge „lijck wij in onse jaer gedaen hebben, soe heft ons^ „Heyman Sybrantsz. olde kerckmr. daertoe overgelevert „an gelden — 50 h. 8?. — 7 st. 3 oort ende Mr. Claes „ten Over als leste kerckmeister an ons overgelevert „an renthen ende groeven 64 h. ffi. — 9 st. — bedra­ gende toesamen 115 h. SJ. — 2 st. — 3 oort'. Inderdaad eene aanwijzing, die de moeite waard is. Hieruit vernemen wij dus, dat vanaf 1594 de reparaties aan het kerkgebouw door bemiddeling van heeren ca menaars en rentmeesters van Kampen uitgevoerd werden, waarvoor de renten van een viertal huizen en de in­ komsten der groefgelden van de Broederkerk ter be­ schikking gesteld werden. Vanaf 1595 tot en met 24 November 1640 blijkt deze toestand bestendigd te zijn. De stedelijke rekeningen, 1596—1639, vormen evenals het administratieboek van het ziekenhuis een genea­ logische bron. Jaarlijks worden de namen der begravenen opgesomd. Hierop slechts vijf uitzonderingen, wat be­ treft de groefgelden, want deze zijn in de jaren 1597J 1600 — de geheele rekening over dit jaar ontbreekt •—, 1604, 1606 en 1620 niet medegedeeld. In de stedelijke rekening van 1640 staat aangeteekend: Den 24 Novembris 1640. „No,a. Hebben Schepenen en Raedt geresolvert ende „goetgevonden dat van 't geschrevene Broederkercken „renten ende het geene van begraffnisze in de Broe „derkercken sal muegen geproffitiert worden tot behoefï „van het Sieckenhuis gelecht ende daermede tho bene „ficieren, ende wat meer als hier nyet verrekent sullen „worden'. Dan volgen in de rekeningen 1640 en 1641 alleen „de Broederkercken renthen'', nl.: „Vuit des E. Johan Louwsens huis . . . 3—10— „Vuit Albert Hartsuickers erffgenaemen huis 4—10—5) l) Voorin staat geschreven: „Carkenboek van de dooden van de Broederkerk van 't kerkengeregtigheyd om meede te verrekenen met de heeren Carkmeesters, beginnende Anno 1741 Den 24 Juni van Barnhardus ten Hoven, custos'. 'J) C. H. van Fenema — Het administratieboek van een ziekenhuis als genealogische bron, Maandblad van het Genealogiscb-Heraldisch Genootschap .,de Nederlandsche Leeuw,' 1913. ') ME. P. C. Bloys van Treslong Prins. — Genealogische en heral­ dische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Over­ ijssel beschreven door —, A. Oosthoek—Utrecht-—1925, p. 119—121. 4) Dit besluit ontbreekt in het oudste deel der Eesolutiën van Schepenen en Kaden, 1587—1612. B) In 1641 is de tweede post 4—4—.