De Nederlandsche Leeuw, jaargang 48 (1930)

199 ‚??ende verbergen soude mogen, aiO dan van des ‚??vijants voornemen verwitticht, ten aencomste des ‚??selffs, den poort overvallen, inhouden endevijant ‚??alsoe voorts in de stadt helpen souden mogen, tot ‚??grontlijcker verderff van alle inwoonders, ende ‚??egeene cleijne swarichheijt van 't quartier aldaar'. Op 12 Mei 1611 draagt Hartogh van Rijswijck, drost te Medemblik, erfgenaam zijner moeder Judith van Heeckeren, ‚?? Den Hekerschen teenden', gelegen in de kerspelen van Doesburg enz. op aan Herman van Amstel. (Register op de leenen van het huis Bergh, bewerkt door Mr. A. P. van Schilfgaarde). Op 20 Maart 1612 schrijft hij uit Gent aan de regeering van Kampen, dat hij in 1686 als vol macht van wijlen zijne moeder Judith van Heeckeren en van wijlen zijn oom Henrick van Heeckeren, zich als erfgenaam verklaard heeft van de goederen nagelaten door juffrouw Femme Scheminckx huis vrouw van Geert Looze enz. (Register van Charters en Bescheiden uit het oud-archief van Kampen, deel VI, blz. 60 en deel VIT, Verz. van Stukken, blz. 367.) Hij tr. Zwolle 6 Dec. 1686 Margaretha Knoppert, ov. Zwolle 1638, dr. van Thomas en Anna Mulert tot Voorst. Uit dit huwelijk: 1. Robert van Rijswijck, werd in een tweegevecht doodgestoken en overleed zonder nakomelingen. 2. Gornelis van Rijswijck. In 1620 vermeld als vendrig in de compagnie van Walraven van Heeckeren, op 6 Oct. 1627 werd hij aangesteld tot kapitein over de compagnie van wijlen kapt. Van Brede rode, voordien was hij daarbij luitenant geweest. Hij ov. te Nijmegen 8 Febr. 1633 en werd in de St. Stephanuskerk begraven, terwijl zijne com pagnie overging op Pieter Pau. 3. Rartoch van Rijswijck. 4. Thomas, volgt IX. 6. Jan, volgt IXbis. 6. Johanna van Rijswijck, geb. op het kasteel te Medemblik, ov. te Zutphen en aldaar met de stadsroeden begraven al Nei 1667, tr. Zwolle 16 Febr. 1616 Willem Key, zoon van Hendrik K. Hij was voordien tweemaal gehuwd en wel le. met Cecilia van Heinhem en 20. met Gertrud Kreyinck. Zij zijn in de Wslburgskerk te Zutphen begraven. Uit hun huwelijk: a. Henrick Key, onmondig, erve zijns vaders Willem. 19 Maart 1623 beleend met 't Goet Tiodinck (vulgo Keymansplaets g√™nant) kerspel Warnsfeld : b. Willem Key, was in 1661 vaandrig bij het Noordhollandsche regiment. Op 3 Sept. van dat jaar schrijft zijne moeder aan den heer Stellingwerff, pensionaris van Medemblik, eene aanbeveling om hem met eene compagnie te begiftigen. Hij was vijf jaar particulier soldaat en zes jaar vaandrig van kapitein Johan Rijver in garnizoen te Moers geweest. Hij was haar eenige zoon en geboren op het kasteel te Medemblik, waardoor het burgerschap haar en haren zoon aangeboren was. Verder wordt in 210' het request vermeld, dat hij gebruikt is ge worden om de Ley over te zwemmen, ten einde de biezenbruggen voor 't Sas van Gent over te brengen. Hij was toen al vaandrig. (Mil. Spectator 1863). Hij tr. Wilsum (otr. Zwolle 19 April 1660) Anna Maria van der Lawick, ged. Zwolle 6 Maart 1629, ov. v√≥√≥r 2 April 1668, dr. van Thomas en Anna van Romunde. Hij was toen luitenant. Hij werd 13 April 1663 als erfgenaam van zijn broer Henrick met bovengenoemd leen beleend, terwijl zijn zoon Thomas het op 11 Juli 1677 verkreeg. Dit leen evenals 't Goet Joling, waarmede Thomas 29 Naart 1706 beleend was, gingen 18 Mei 1736 over op Johan Willem van Rijswijck, naaste en oudste mansoir van hem. Thomas was reeds in Maart 1726 overleden zonder descendenten, ab intestato. c. Maria Key, sterft ongehuwd te Zwolle.. d. Judith Anna Key, ongehuwd, te Zutpen 6 Juni 1671 met de stadsroeden begraven. ,EX. Thomas van Rijswijck, vaandrig van den ambtman te Grave, otr. Zwolle 16 Oct. 1616 Machtelt van Wijnbergen, dr. van Willem Zweersz. v. W. Zij ov. te Grave. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen bekend: 1. Jan van Rijswijck, vaandrig. Op 19 September 1661 schrijft hij uit Sas van Gent een brief aan den heer Stellingwerff, pensionaris van Medemblik, waarin o. m. ,t volgende voorkomt: ‚??ick ben de ‚??enichste van mansoor dien uijt de lijnie van ‚??Cornelis ende Hartoch van Rijswijckse linie over gebleven is, ende de diensten dien si hebben aent ‚??landt gedaen, blijckt genoegh in de kronieken', verder ‚??ick heb nu oock tien of elff jaer int ‚??lants dienst geweest ende alsoo ick nu vendricht ‚??ben van eene vacante compaingie' enz. Hij verzoekt om met die compagnie te worden be giftigd. (Militaire Spectator, 1883). 2. Hendrina van Rijswijck, ged. Grave Maart 1619, tr. in 1646 haren neef Christinan de Rechteren van Hemert, geb. 22 Maart 1621, zoon van Otto en Elisabeth van Montfoort. Zij lieten 3 zoons en 2 dochters na. 3. Amalia van Rijswijck, ged. Grave 11 Juni 1626. IXbis. Jan van Rijswijck, ov. op nog jeugdigen leeftijd, tr. Zwolle 8 April 1621 Algonda van Romunde, ov. 26 Oct. 1669, dr. van Arent en Maria de Buissonnet. Van haar zijn in mijn bezit twee eigenhandige brieven, gedateerd resp. 1628 en 1648, gepubliceerd in ‚??De Wapenheraut' jrg. 1906. Voor schout en schepenen van Zwolle blijft zij op 26 Sept. 1648 met hare twee zusters Catharina en Margaretha van Romunde borg voor hun zwager Thomas van der Lawick, ontvanger van Salland, voor eene som van 36.000 car. gl. Uit dit huwelijk slechts eene dochter: Maria Judith van Rijswijck, ged. Sluis 17 Nov. 1621, ov. 1680, tr. (huw. vw. Zwolle 1 Sept. 1648, zie XXX, k. 94) Qerbert de Buissonnet, gek. Zwolle