De Nederlandsche Leeuw, jaargang 50 (1932)

247 248 Onjuist e name n en wapen s van Nederlandsch e geslachte n in het Armorial Général van J. B. Rietstap , doo r R. T. MUSCHART. (Vervol g va n L , 213. ) Aberson . Op deze n naa m verwijs t het Armorial Général naar den naa m Colson Aberson en beschrijf t dit laatst e wape n als volgt : ??in zilve r een groen e boo m geplan t op losse n groene n gron d en vergezel d recht s naas t den stam van een roo d (hang ) slot , link s van een rood klimmen d hert , dat op den gron d rast' . Zoowe l tege n dez e verwijzin g als tege n deze beschrij­ ving bestaa n naar mijn e meenin g bezwaren . Immer s door de. verwijzin g kom t me n allich t tot de conclusie , dat het beschreve n wape n feitelij k dat der famili e Colson Aberson is en oorspronkelij k niet dat der famili e Aber­ son maa r wel dat van een geslach t Colson gewees t is. Dit is echte r geenszin s he t geval , het is het wape n Aberson en de lede n deze r familie , die zich Colson Aberson hebbe n genoemd , voere n derhalv e ongewijzig d het stam wape n Aberson. He r war e derhalv e logische r geweest , indie n omgekeer d bij Colson Aberson naar de beschrijvin g van het wape n Aberson war e verwezen . En wa t de beschrijvin g betreft , oo k dez e is nie t gehee l juist . In de eerst e plaat s is de boo m ter rechter ­ zijde nie t vergezel d van een (hang ) slot , doc h van een eveneen s op den gron d rustend e har p en in de tweed e plaat s is de gron d nie t los in het vel d geplaatst , doc h gaat dez e van den benedenschildran d uit. Het in het Armorial Général beschreve n wape n is door mi j nimme r in original i gevonden , daarentege n met de har p en den niet-losse n gron d zee r vele malen , waarbij echte r val t op te merken , dat sommig e lede n deze r famili e de har p uit hun wape n hebbe n verwijder d en vervange n doo r een engeltje , dat met een handboo g en pijl in de richtin g van het her t schiet , en da t de naam ook als Abreson voorkomt . Het is een e familie , in de 189 eeu w o. a. te Ruurlo en te Steendere n gevestig d en aldaa r het richteramp t be kleedende.^Zi e Ned . Patr. 1915) . Von Baumhauer . (Holland) . Aldus word t de naa m aangegeve n voo r een wapen , als volg t beschreven : ??in gou d 3 blauw e knoestig e boomstronke n naas t elkaa r op groene n gron d geplan t en in een goude n schildhoof d een uitkomend e blauw e leeuw me t beid e poote n een zilvere n bijl vasthoudend' . Met dit wape n von d ik vel e léden deze r famili e o.a. in de 17° en 18e eeu w te Maastrich t en in de 18e eeu w te Zutphen , Breda, Sluis , Hellevoetslui s en elders , terwijl men ove r dez e famili e ook meerder e gegeven s kan vinde n in de Boedelpapiere n van de Haagsch e Weeskamer . Al deze persone n worde n echte r nooi t ander s dan Boomhouer genoemd . In genoemd e Boedelpapiere n lees t men , dat de lede n in Duitschland , met . nam e te Hamburg , aan het eind e van de 18e eeu w zic h schrijve n Boomhower, Boomhowern of Baumhauer. De eenig e maal , dat ik van Baumhauer be n tege n gekome n is in het Algemee n Nederlandsc h Familiebla d 1886 , pag . 292 , waa r gezeg d wordt , dat Mattheus Ja cobus ?einhard van Baumhauer in 181 3 als wachtmeeste r van de gard e d'honneu r word t ingelijfd . Ee n wape n is daarbij nie t aangegeven . Wat het wape n betref t kan ik opmerken , dat al de door mij gevonde n zegel s zonde r twijfe l het wape n als doorsnede n en dus niet met een schildhoof d aangeven . Van de r Laen. (Leiden) . Het Armorial Général beschrijf t onde r deze n naa m 2 wapen s en wel : 1°. ??een goude n ste r op een vel d van vair' en 2°. ??effen vair en in een rood vrijkwartier een zilvere n posthoorn' . Vermoedelij k heef t Rietsta p deze wapen s overgenome n van de Leidsch e Wapenkaar t van G. van Rijckhuijsen, waaro p het eerstbeschreve n wape n voorkom t voo r Phi­ lips van der Laen, in 150 0 raad in de vroedscha p dier stad , en het laatstbeschreven e voo r Heinric Jansz. van der Laen, in 146 7 schepe n aldaar . Zoekt me n dus naar het wape n van de oud e Leidsch e famili e van der Laen, da n heef t me n aan deze opgave n van het Armorial Général al heel weini g houvast , immer s men krijgt den indruk, also f dez e wapen s op 2 ver ­ schillend e geslachte n van der Laen te Leiden betrekkin g hebben . Toch is dit nie t het geval . Wi j hebbe n hie r nl. wee r één van die vel e gevallen , waarin oudtijd s doo r leden eene r famili e aan het familiewape n bij wijz e van breuk aangebracht e persoonlijk e toevoeginge n de oorzaa k werden , dat doo r onkund e foutiev e wapen s ontstonden . He t wape n de r Leidsch e famili e van der Laen is nie t ander s dan ??effen vair' zonde r meer . In de Charters va n de abdi j Rijnsburg, gedeponeer d in het Rijksarchief te 's Gravenhage , vind t me n in doo s n°. 15 5 (tenminst e in 192 5 no g aldu s gemerkt ) aan een charte r van 20/ 3 142 2 het zege l van IJsbrant van der Laen, schepe n van Leiden, waaro p het wapenschil d gevair d is in 3 horizontal e rijen zonde r eenig e bijfiguur . In he t Rijksarchief te Arnhe m tref t me n echte r in het rijke heerlijksheidsarchie f ter Hors t het zege l aan van Hei/nric van der Laen, 31/ 7 146 7 schepe n van Leiden, wel k zege l weliswaa r een in 3 horizontal e rijen gevair d vel d vertoont , doc h me t deze bijzonderheid , dat van de bovenst e rij het rechte r gedeelt e ontbreek t en in plaat s daarva n een onduidelij k voorwer p zichtbaa r is, dat op mij den indruk maak t van een osseschede l (wellich t is dit het vrijkwartier va n Heinric Jansz. van der Laen, waarva n hierbove n sprak e is, doc h in ieder geva l is dit dan hoogsten s een schildhoek , en gee n vrijkwartier). Keeren wij nu wee r teru g naar's-Graven ­ hage , da n vinde n wi j daa r in het archie f der abdi j Leeuwenhors t en in het archie f der Delftsch e Staten klooster s de zegel s van Jan van der Laen, in 147 0 resp . 1469 schepe n va n Leiden. .Oo k dez e voer t een in 3 rijen gevair d schild , doc h heef t op het middelst e vair klokje van de 2° rij een zee r klein e wassenaa r ge­ plaatst . Wij zie n dus , dat lede n deze r famili e als persoonlijk e aanduidin g een of mee r klokje s belade n me t of ver ­ vange n doo r bijfiguren . Dergelijk e bijfigure n zijn echte r altijd opvallen d kleine r van afmetin g dan de overig e wapenfiguren . Zij hebbe n met het eigenlijk e wape n niet s te make n en zijn slecht s eenvoudi g persoonlijk e onder scheidingsteekens . Wannee r echte r doo r onkund e dez e voorwerpe n eve n groo t worde n gegraveer d of geteeken d als de overig e figuren , ontstaa n gehee l nieuw e doc h teven s foutiev e wapens . Ik hoo p hiero p binne n kor t in ons Maandbla d nade r teru g te komen .