Wapenboek van het St. Bartholomeus gasthuis te Utrecht 1407-1814

< Folio 15 >

Transcriptie en wapenbeschrijvingen

De Heere Johan Strick, ridder, heere van Linschoten, deken t’Oudemunster, obiit den 4e december anno 1648.

Gevierendeeld; I en IV in zilver drie merletten van sabel; II en III in keel een schuinbalk van zilver; in een hartschild van azuur een lelie van goud; dekkleden en wrong: zilver en sabel; helmteken: een struisvogelkop en -hals van zilver, houdende een hoefijzer van azuur in de bek, tussen een baniervlucht van zilver en sabel.

De Heere Willem van der Nijpoort, deken Ste. Marie.

Linksgeschuinbalkt van zes stukken van sabel en goud; dekkleden en wrong: sabel en goud; helmteken: een vlucht volgens het schild.

De Heer Floris Borre van Amerongen, huyscommenduer der Duytscher Orden t’Utrecht.

In zilver een kruis van sabel en over alles heen een gevierendeeld hartschild; I en IV in keel een schuinbalk, vergezeld van zes zoomsgewijs geplaatste lelies, alles van zilver; II en III in zilver vijf rozen van keel, geknopt van goud, geplaatst drie en twee; dekkleden en wrong: zilver en keel; helmteken: een bos struisveren, bestaande uit zeven pluimen aan één schacht, van sabel, komende uit een vaas van sabel met een voet van goud, omwonden door een ketting van goud die aan de rechterzijde verbonden is met de wrong.

De Heere Johan van Wijck, proost der kercke St. Peters t’Utrecht, obiit 8e Januarij anno 1648.

Gevierendeeld; I en IV in sabel een kruis van goud; II en III in zilver drie ruiten van keel; dekkleden en wrong: sabel en goud; helmteken: een vlucht van sabel en goud.