Wapenboek van het St. Bartholomeus gasthuis te Utrecht 1407-1814

< Folio 58 >

Transcriptie en wapenbeschrijvingen

Mr. Joan Burman, ingekomen 1745. A.

In keel, op een grasgrond, een man van natuurlijke kleur, met bruin haar, gekleed in een om het middel door een band van sabel ingesnoerde, aan de onderkant gespleten tuniek van zilver, waaroverheen een van de hals naar het middel spits toelopende doek van sabel, met een bolhoed van sabel met opslag van zilver, een kraag van zilver, knielaarzen van sabel met een band van zilver, houdende in de rechterhand een lange stok van zilver met gevorkt uiteinde van goud en de linkerhand steunend op een achter hem langs gaand zwaard van zilver met gevest van goud; dekkleden en wrong: keel en zilver; helmteken: de man van het schild, uitkomend tussen twee hertshoorns van goud.

Mr. Bartholomeus de Gruyter, heer van Groenewoude, ingekomen 1745.

Doorsneden; I in zilver zeven hermelijnstaartjes, geplaatst vier en drie, in het midden van de bovenste rij vergezeld van een ster, alles van sabel; II effen sinopel; dekkleden en wrong: zilver en sabel; helmteken: de ster van het schild tussen een vlucht doorsneden van zilver, beladen met negen hermelijnstaartjes van sabel, geplaatst vijf en vier, en sinopel.

Mr. Jan Jacob Ram, ingekomen 1745.

In keel een klimmende ram van zilver, gehoornd en gehoefd van goud; dekkleden: keel en zilver; een helmkroon van drie bladeren en twee parels op punten; helmteken: de ram van het schild, aanziend.

Mr. Jan Hendrik van Panhuijs, heer van Vliet, ingekomen 1746.

In zilver drie mali├źn van sabel; dekkleden en wrong: zilver en sabel; helmteken: een zwijnskop en -hals van sabel, getand van zilver en getongd van keel.